Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het gold de heerlikheid der vrouw, der moeder; Het hoge voorrecht weer te leven in Haar kinders en geroemd, beroemd te worden Bij lateren, de hoogste ere waard,

Door liefde met verstand gepaard verdiend. Idoena gold het, de eeuwig jonge vrouw Idoena, goede moeder, wijze leidster,

Idoena, 't al jong-houdend om zich heen,

Afgod van 't kind, zodra 't haar kan waarderen, 't Was weer de dag, dat ze in Walhalla kwamen Met luid geroep van blijde Goön, gejubel Van helden, toegezongen door Walkyren En blij begroet door blozende Godinnen.

Nu gaf de God Idoen' 'en kus op 't voorhoofd En zag haar aan, drukte haar hand en beiden Zwegen 'en poos, herdenkend wat ze leden, En ernstig keken zë elkaar in de ogen,

Want zware tijden zouden komen, nu Hun Balder dood was; Bernlef voelde de ernst, Maar ook 't vertrouwen, dat die handdruk gaf: Ze bleven opgewekt voor 't kinderoog En toen was 't feest in Bragi's licht paleis En Bernlef zag het langzaam aan wegwazen,

Maar altijd klonk die melodie noch na En 't slapen werd nu echt, hij knikkebolde, Als was die zang 'en wiegelied voor hem.

Sluiten