Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En slinger-arm-en-benend krabbelden De jonges over de ijsbaan; door de lucht Klonk 't luid gehits van al het kleine grut. Deddo was de eerste, éven wel, maar de eerste; Toen weer — nu in de zon op, die* in goud Koud-glanzend praalde over berijpte velden, Grassprietjes fonklen deed van edelsteen En glans om al die kinderkopjes wazen.

Bernlef was de eerste en .... niemand juichte n Boos was zelfs Deddo ; weer 1 ze moesten weer! Vader kwam op de twist af; Sijke zag Bij 't rijmig hek er naar en lachte er om: Wat aardig was dat groepje in 't winterzonlicht En al die kleine mensjes; als zë eens Tot grote werden, wat werd dan hun lot? Ze dacht, het zou als 't hare zijn, vol werk En toch zo móói, als liefde werd hun deel — Maar ze moest voort: 't volk was gedeeltlik weg Familie op te zoeken. Stil was 't binnen,

Waar de oude blinde alleen kon hóren wat De vrouw vertelde: niet verlangde hij Te zien, hij dacht: »Onnoozle kinders toch: Zij spelen en het Godsrijk zal vergaan En wat wordt dan van alles hier bij ons?« En tegenover hem zat Hidde en breide Z'n net af zonder veel te zeggen, maar

Sluiten