Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij dacht aan 't nieuw geloof, dat in hem als

'En toversprookje opbloeide, schittrender,

Prachtiger werd en grootser, want zijn God

Was, zeiden zë, eerwaardiger dan Wodan.

Blank zweefden englen daar en geen gedruis

Van heldenhelm en-zwaarden stoorde er 't stil zijn:

Daar was het vrede en vrede was 't in hem.

Zoals twee oude stammen staan in 't bos,

Bei krom en hol van ouderdom, maar beiden

Leven hun eigen leven voort; ze dorren

Of groenen, elk naar de eigen wet het wil,

En over beiden waait dezelfde wind,

Maar de éne weet, het is z'n doodslied, de ander

Voelt nieuwe kracht in zich tot nieuwe bloei;

Zo zaten beidë oudjes daar te mijmren,

Tot er 'en frisse luchtstroom binnenkwam

Om 't opgetogen kleine volk, dat hongrig

Met kleuren binnenstoof! Wat 'en lawaai!

En 't hielp eerst niet, hoe Moe op Bernlef wees

En stilt voor hem verzocht; de kleine gaf

Z'n Grootpa 'n kus en zei: dat hij het toch

Gewonnen had de derde keer! »Da's knap!«

Zei Bernlef »wel, je zult wel honger hebben!«

'En blij tafreeltjë om de tafel! Wat

Miste de grijsaard nu z'n ogenlicht I

'En weifling kwam er over hem: was dat

5

Sluiten