Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Totdat hij zweeg en rust vroeg voor 'en poos. Toen was er luid geroep, geroezemoes Van stemmen, alles door elkaar, van schel Tot zwaar geluid, ook stemmetjes, maar ginds Op 't eilandje bespraken de oudsten met Grote gebaren 't woord van hem, die op Het vlot zich drijven liet en opzag met Z'n dweepoog, handen vouwend, in gebed Voor 't goede einde van z'n grote taak.

Hier op 'en heuvel, zacht van mos, zat Sijke; Brood reikte ze aan wie lust had; Hidde zag, Al etende, vroom voor zich; de oude Bernlef Kon niets naar binnen krijgen: al maar door Klonken die Godsberichten in hem na. Ze waren daar als vijands benden in 'En drukke nijvre stad ; verwarring, angst Gaf 't luid aanstormen, 't fors hoezee-geroep, En 't eigen denken drong opeen tot strijd Om lijfsbehoud, doch niets kwam van z'n lippe Sijke was opgetogen, ingepakt Door 't Godskind en z'n woorden; 't kribbetje Te midden van het vee; de blanke moeder, En 't weelde-brengend oosten om dat kind, 't Onschuldige; ze voelde 't sterk: dat was 'En reiner Godsdienst dan haar Wodansdienst

Sluiten