Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Is dat 'en God, die zulk 'en daad niet straft ?« — Verbazing trilde er door de mensen ver Van Bernlef af, de vrinden om hem, angstig,

Drongen tot zwijgen. Helder als met glasklank Trilde aan de jonge manstem: »Wel, hun straf Hebben zij in zich: wroeging wijkt niet, nooit!

Maar doden dan in Wodan's naam deez' mensen Nooit iemand, nooit gevangnen; eist hij 't niet!

Mijn God eist vrede en mensenliefde alleen!« — »Ik weet het, vreemdling, maar ook Wodan is Dezelfde niet voor ieder: wie hem eert In 't beste dat hij heeft, dringt noch niet door In 't diepste van zijn wezen, eerbiedvol Zinkt neer voor zoveel grootheid wie hem kentl« — »Uw Wodan wijkt voor Noodlots macht: bij God Zit aan Z'n voeten 't Lot, volvoert Zijn wens: Een wenk van Hem en alles zonk tot nietU —

»Groot is Zijn macht, maar Jezus moest toch sterven!» — »Hij redde zo het mensdom van 't verderf.« — »En 't mensdom sterft er even goed om, ginds!» .— »De reine zweeft daarna in 't eeuwig leven« — »Wie gaf u ooit van hoger sfeer bericht?» —

»Geloof is 't, als ook u Walhalla zien doet!« — »Ik zag het zelf, al is m'n oog verblind!« —

»Het is 'en leugen, Walhal's rijk bestaat niet!« — »Het is, maar« .... plotsling zweeg de grijsaard, want

Sluiten