Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat, zooals gezegd is, bij strijkende werkgalerijen als boven, de afvoerweg aan liet bovenste gedeelte ligt, wal noodsakelijk is vnor den lateren pijlerafbouw, en dat dus de uitgebroken kool der galerij naar boven moet worden getransporteerd, wat vooral bij eenigszins steile lagen eveneens aanleiding kan zijn de galerij breed te niet te groot te nemen.

Bij een geheel zuivere koollaag wordt deze breedte natuurlijk altijd betrekkelijk gering. Ook kan men bij zulke breede galerijen niet verhinderen dat door de drukking van boven het opvulsel wordt samengedrukt, en zijn daardoor veelvuldige reparaties aan de betimmering noodig, terwijl soms zelfs de zool moet uitgebroken worden.

§ 19. GANG VAN DEN AFHOUW; ÉÉN- EN TWEEVLEUGELIGE REMVLAKKEN; AFBOUW MET STRIJKENDE- EN HELLENDE GALERIJEN: ALGEMEENE AANWENDBAAR HEID DER METHODE. Is de bovenste werkgalerij lol aan de grens van het afbouwveld (dus lot aan het naastvolgende remvlak of lot aan een sprong) gedreven, zoo wordt dadelijk een aanvang gemaakt mei den afbouw van den bovensten pijler. Gelijktijdig begint men met de werkgalerijen in het naastvoorgaande afbouwveld, in dier voege dat men steeds achter elkaar minstens een onaangebroken, een in voorbouw verkeerend en een in afbouw zijnd veld heeft.

De afbouw der pijlers is eenigszins verschillend naarmate de remvlakken slechts voor één veld of voor de twee aanliggende velden moeien dienen m. a. w. of zij één- of Iweevleugelig zijn, wal natuurlijk iu hoofdzaak afhangt van hun breedte (zie ook § 108 e. v.). In fig. 5 is het laatste geval in principe voorgesteld. De bovenste pijler A A wordt in het midden door een galerij p q doorbroken en vervolgens aan beide zijden andere hellende strooken gelijktijdig weggenomen, terwijl men zorgt dat zoodra van AA een sluk b. v. xx is afgebouwd, de pijler BB op dezelfde wijze behandeld wordt. De galerij pqrsl wordt dus vau lieverlede naar beneden toe verlengd en naar gelang de afbouw voortgaat tot instorten gebracht.

Hel kolenvervoer gaat dus naar rechts en links op de werkgalerijen (of de gedeelten hiervan) tot de remvlakken en daarover naar de grondgalerij.

Bij éénvleugelige remvlakken begint men rechts bovenaan (als lioks de pul is) en vervoert dus steeds naar links. In fig. 5 is die afbouw op een zeker oogenblik aangegeven voor het rechts van het rechter remvlak gelegen veld: in de figuur zijn de drie bovenste pijlers geheel afgebouwd, de vierde staat nog voor een klein gedeelte, de vijfde wat meer enz.

Intusschen moet worden opgemerkt dat genoemde figuur slechts het

Sluiten