Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

of kau uien geen buitengewone uitgaven doen om aan dit bezwaar anders te gemoet te komen, zoo bouwt men de bovenste strook eener étage niet af, maar geeft deze verloren. In kolenmijnen wordt dit niet zelden toegepast; men tracht echter natuurlijk de hoogte dier strook zoo veel mogelijk te beperken.

§ 29. NADEELEN VAN HET OPVULLEN. Een onaangename eigenschap van bet opvulsel is het pakvermotjen, d. w. z. dal het door de drukking van het hangende of in liet algemeen van bet bovenliggende materiaal van lieverlede een kleinere ruimte inneemt, zoodat het in ongunstige gevallen tot op de helft en zelfs meer van zijn oorspronkelijk volume kan samengeperst worden.

Een der redenen die tot het kiezen van het opvullingstype hebben geleid, het beschermen der oppervlakte, kan hierdoor krachteloos worden gemaakt. Daarenboven moeten tusschen bet opvulsel in den regel galerijen enz worden opengehouden en worden deze dus bij liet pakken der omgeving ingedrukt, waardoor zij niet zelden voortdurend moeten worden verhoogd of zwaar betimmerd, wat extra-uitgaven ten gevolge heeft.

Een derde gevolg van het pakvermogen is dat, indien het onderste gedeelte eener étage is afgebouwd en opgevuld, de bovenliggende kool in druk geraakt en wel des te meer naarmate de afbouw naar boven voortgaat. Van daar dat men in den regel de étagehoogte bij deze methode beperkt, öf wat beter is, en geen meerdere voorbereiding noodzakelijk maakt, een étage in twee of drie onderafdeelingen verdeelt en deze elk voor zich afbouwt.

In tusschen kan dit pakvermogen, waar het niet te sterk is, ook een voordeel opleveren bij zeer harde kool, en kan men dikwijls het afbouwfront een zoodanige uitgestrektheid en richting geven, dat het aftebouwen product slechts zoozeer in druk geraakt dal het zich gemakkelijk en zonder ontploffingsmiddel laat winnen (zie § 52 en 53). Ook het omgekeerde is echter opgemerkt: dat een vrij zachte en licht te breken kool door de drukking werd samengeperst en moeilijker aftebouwen werd.

In bet algemeen kan men aannemen, dat het zooeven vermelde voordeel alleen kan voorkomen bij een uiterst gelijkmatig zakkend hangende, en dat in den regel de kool in het bovenste gedeelte eener étage meer gruis en minder stukkool zal opleveren dan die uit het onderste gedeelte. Keert men den gang der ontginning om, zooals in de 3e alinea van § 28 is aangegeven, zoo heeft men in vele mindere mate met dit nadeel te kampen, kan dan echter nooit de voordeelen genieten van een gemakkelijker transport en betere luchtverversching.

Wij moeten nog de aandacht vestigen op een verschil tusschen het

Sluiten