Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tussclien de afgebouwde slrooken blijven staan. Aan den boven- en onderkant van elk dezer strooken wordt over een breedte van 2 Meter de vloer zoover weggenomen als noodig is om een voldoende galerijhoogle te verkrijgen; met het daarbij verkregen opvulsel worden twee droge muren opgestapeld van circa 3 M. breedte, die de genoemde galerijen van bet onopgevulde middengedeelte der strook (van 6 a 10 M. breedte) afsluiten.

De druk van het hangende doet zich reeds bij dezen afbouw gelden, maar moet door de droge muren in dier voege worden tegengehouden dat de kool niet vergruisd wordt; naar omstandigheden zijn dus de evengenoemde maten te wijzigen.

Zoodra op deze wijze ongeveer de helft van liet bouwveld is weggenomen, worden de tusschengelegen pijlers in omgekeerde richting, dus naar het remvlak toe afgebouwd met den gewonen pijlerbouw, en wel evenals de strooken alle tegelijk, doch de bovenste pijler steeds wat vóór blijvende bij den naast onderliggenden, waardoor een gelijkmaligen druk van hel hangende wordt in het leven geroepen, die den afbouw zonder moeite doet plaats hebben.

Tegen het remvlak wordt een veiligheidspijler aan weerszijden gelaten en op het laatst van boven naar beneden weggenomen. Grond- en luchtgalerij worden dubbel gedreven en de tusschengelegen kool dient tegelijk als veiligheidspijler voor de onderliggende étage.

De voordeelen dezer methode zijn dus:

le. het volledig gebruik maken van de drukking van het hangende voor den afbouw der kool;

2e. de vermindering van dezen druk op het opvulsel door de tusschengelegen pijlers, waardoor betimmering zoo goed als geheel vervalt en de galerijen vrij breed kunnen blijven zonder dat zij, wat bij de methode met breed front niet zelden voorkomt, door het pakken van het opvulsel te laag worden; 3e. het verhoogen der galerijen, wat bij de methode met breed front voor elke

strook meet plaats hebben, wordt hier lot op de helft verminderd; 4e. een grooteie productie per werkman door de toepassing van pijlerbouw voor de helft der geheele hoeveelheid kool.

Het spreekt van zelf dat men bij zeer geringe helling ook de hier beschreven methode niet hellende strooken kan uitvoeren.

De methode heeft in hare uitvoering veel overeenkomst met de aan liet slot van § 18 beschreven werkwijze met breede werkgalerijen bij den pijlerbouw en met de single- en double-road methoden in Engeland. Echter waren da&r de voorwaarden voor pijlerbouw voorhanden, en was het maken dier breede galerijen eigenlijk slechts een noodzakelijkheid door de onzuiverheid der laag,

Sluiten