Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

fronten tegelijk bedient; een gebrek daaraan kan dus tijdelijk een groot gedeelte der productie belemmeren of doen ophouden. Men kan ook bij deze werkwijze schoorsteenen aanwenden doch is dit geen regel.

Is de helling der laag zóó gering dat het product langs het een rechte lijn vormende afbouwfront kan worden vervoerd, zoo is het genoemde nadeel natuurlijk niet aanwezig. Bij wat steilere heliing is dit niet meer het geval, zijn dus evenveel werkgalerijen uoodig als er fronten en strooken zijn, en geeft dit bij dunne afzettingen aanleiding tot veel onkosten door het verhoogen dier galerijen voor het transport, en bij dikkere tot veel onderhoud door de drukking van hel hangende.

Bij strijkende strooken werkt men met hellend aanvalsfront, desverkiezende eenigszins diagonaal of bij steilere helling trapvormig, zoodat het mijngas gelegenheid heeft direct naar boven te ontwijken.

Hellende slroo/cen bezitten in den regel elk haar eigen afvoergalerij of schoorsteen, die het product onmiddellijk in de grondgalerij afleveren, zoodat een tijdelijke buitenwerkingstelling van één dier schoorsteenen op den voortgang van het werk weinig of geen invloed heeft; men kan ze echter niet te lang maken, daar anders het transport te duur of het mineraal (bij kolen) te veel beschadigd wordt; ook komen verstoppingen bij lange schoorsteenen meer voor en zijn gevaarlijker (zie § 116).

Het front wordt hierbij in de richting der laag genomen of eenigszins diagonaal; in het eerste geval en bij steilere helling staan de werklieden dus op een hellenden vloer en derhalve ongemakkelijk, terwijl bet mijngas onder het front zich kan ophoopen of ten minste niet dadelijk bij het ontsnappen gelegenheid heeft den luchtstroom te volgen.

Daarenboven valt het mineraal op een hellenden grond en kan dus lichter met het opvulsel verontreinigd worden.

Bij het aanwezig zijn van veel mijngas zijn dus strijkende strooken in het algemeen te verkiezen; is dit slechts in geringe mate voorhanden zoo zal men bij geringe helling der laag meestal hellende strooken bezigen, bij steilere helling echter tot strijkende strooken overgaan.

3. Hethode met trappen (Trapliouw).

(PLAAT II).

§ 28. Reeds bij de vorige methode hebben wij gezien dat men bij steile helling niet meer met zuiver breed front kan werken, doch genoodzaakt

Sluiten