Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bekend feit dat kool, welke sterk in druk geraakt, dikwijls een neiging lot zelfontbranding vertoont. Veronderstellen wij nu een dikke laag niet geringe helling en waarop de hellende methode (§ 50 en 16) wordt toegepast, zoo zal het duidelijk zijn dat vooral bij een niet erg stevig hangende, de drukking er van bij het achtereenvolgens afbouwen der banken groot genoeg kan worden om de nog onafgebouwde kool in brand te doen geraken en verloren te doen gaan. Om die reden wordt dan ook de hoogte dier banken in het algemeen zoo groot en het aantal dus zoo klein mogelijk genomen, en past men, ten einde de drukking nog te verminderen, tegenwoordig voor zulke lagen in den regel het opvullingstype toe.

Desniettegenstaande is men, met alle voorzorgsmaatregelen, niet zelden verplicht een gedeelte der laag prijs te geven, en dit vooral indien in het onmiddellijk hangende er van kool- of brandschieferlaagjes voorkomen, die zeer spoedig in brand geraken. Men kan dan echter ook hetzij tot de horizontale methode overgaan, of, waar deze door de vlakke helling niet kan worden toegepast de vertikale methode (§ 49) aanwenden.

Waar het hangende stevig en goed genoeg is om bij de hellende methode alle banken te winnen, past men voor de zuinigheid ook wel op de bovenste bank het instortingstype toe. Overigens verwijzen wij wat de voor-en nadeelen van hellende- en horizontale methode betreft naar § 23 en 24, en merken alleen op dat een dikke koollaag zelden op zich zelf genoeg opvullingsmateriaal zal opleveren, en dit dus van buitenaf moet worden aangebracht.

In vroeger tijd volgde men bij dikke lagen, die in twee al of niet door een onnutte bank gescheiden gedeelten moest worden ontgonnen dikwijls de methode eerst het bovenste deel met het instortingstype af te houwen, de ingestorte massa geruimen tijd (1 a 2 jaar) tot rust te laten komen, en daarna het onderste gedeelte weg te nemen. Het behoeft geen bewijs dat de laatste ontginning steeds gevaarlijk was ook omdat men van de gesteldheid van het puin nooit zeker was.

Tegenwoordig volgt men in dat geval daarom veelal de omgekeerde methode: men begint eerst de onderbank te ontginnen en vult de ruimten met uitzondering der hoog noodige galerijen geheel op; zoodra de afbouw een eind gevorderd is neemt men zoo spoedig mogelijk en nu met het instortingstype de bovenbank weg, waarvan het product door in het opvulsel uitgespaarde schoorsteenen naar de grondgalerij in de onderbank wordt afgevoerd. Deze werkwijze is ten eerste veel veiliger voor de werklieden, en ten andere is het dak nog zeer weinig «vermoeid" (in druk geraakt) zoodat veel meer kans beslaat de afzetting in haar geheel te winnen.

Sluiten