Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1. Hellende methode.

§ Jf. EIGENSCHAPPEN. Wij zullen ook hier deze methode het eerst behandelen omdat zij zich meer direct aansluit aan de ontginning der dunne lagen: elke bank wordt op zich zelf als een laag beschouwd en als zoodanig afgebouwd. Wij hebben reeds in de voorgaande paragraaf opgemerkt dat het aantal banken in den regel aan een zeker maximum is gebonden, en men vindt er dan ook zelden meer dan zes, ongeveer overeenkomende met een laagdikte van 15 M. Voor nog dikkere lagen zal men meestal genoodzaakt zijn een andere methode aan te wenden. Ook kan men bij de toepassing der hellende methode niet gaan boven een maximum helling der laag (§ 25) en is het raadzaam 55° niet te overschrijden.

Als algemeene regel worden de banken ontgonnen in de volgorde van beneden naar boven (zie § 40). Men kan echter daarbij op drie verschillende wijzen te werk gaan:

le. elke bank geheel afbouwen alvorens tot de naastbovenliggende over te gaan; om een te groole vermoeidheid van "het dak te vermijden wordt dit zoo goed als nooit toegepast;

2e. de banken gelijktijdig in bewerking nemen doch op zoodanige wijze, dat de onderste steeds een zekere lengte vóór is; dit geval komt vrij veel voor (zie § 40 slot);

3e. de geheele laag in blokken verdeelen (overeenkomende met de étages der dunne lagen), en nu in elk blok de banken volgens de hellende methode afbouwen, alvorens tot een volgend blok wordt overgegaan.

GANG DER ONTGINNING EN DETAILS VAN DEN AFBOUW. Fig. 43 geeft in horizontale projectie en in vertikale dwarsdoorsnede een voorbeeld van de laatstgenoemde afbouwwijze. Aan de zool der laag, op de grenzen van het blok, worden twee strijkende galerijen /I en B gedreven, waarvan de bovenste B in verbinding is met een put, waardoor het opvulsel wordt aangevoerd (indien dit niet in genoegzame hoeveelheid in de laag aanwezig is), terwijl A dient voor den afvoer van het product en dus door een dwarsgalerij is verbonden met den opvoerput. Beide dwarsgalerijen moeten dus door de geheele laagdikte worden doorgetrokken indien de putten in het hangende der laag staan. Indien men wat niet zelden voorkomt de hoogte der blokken wil beperken, ten einde ze zoo spoedig mogelijk af te bouwen, maakt men niet voor elk blok, maar b. v. voor elke 3 of 4, een nieuwe dwarsgalerij en drijft een hellende galerij langs de zool der laag, die zoolang wordt opengehouden als de afbouw

Sluiten