Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

optelossen. Van uit de horizontale projectie C van het punt D op de gewone mijnkaart zetten wij de lijn C K loodrecht op de strijkrichting C Q der laag en naar de zijde van het invallen uit; eveneens de lijn CF loodrecht op de strijkrichting CP van den verwerper en naar de zijde van het invallen; maak die lijnen CK en CF zoo lang als uit bovenstaande constructie volgt; verleng daarna de strijkrichtingen E F en H K tot zij elkaar in M snijden, dan is MC de projectie van de snijlijn van laag en verwerper op het vlak der mijnkaart, terwijl M D die lijn in werkelijkheid voorstelt.

De regel van Zinimermann luidt nu aldus: Construeer van uit het punt D(C), waar bij de ontginning der laag de verwerper wordt aangetroffen, de doorsnede DM (CM) van laag en verwerper, verleng deze lijn naar de zijde van den tegenoverliggenden grenswand (deel I § 127) van den verwerper en zoek de laag, na den verwerper doorbroken te hebben, op naar denzelfden kant, waarheen de loodlijn DF (CF) van de lijn

DM (CM) afwijkt.

In lig. 54 is de constructie der beide loodlijnen CF en C K voor hellingshoeken van 40° (laag) en 70° (verwerper) uitgevoerd. Fig. 63 geeft verder de zeer eenvoudige constructie van het geheele vraagstuk met gebruikmaking van dezelfde letters als in fig. 62. Indien de laag dus van uit Q is ontgonnen en men bij C (in projectie op de kaart) den verwerper heeft aangetroffen, zet men de (horizontaal liggende) loodlijn CF (lengte als in fig. 54) op de strijkrichting CP van den verwerper en de loodlijn C K op de strijkrichting CQ van de laag; trek E F M en H K M evenwijdig respectievelijk aan C P en C Q dan is C M de projectie van de snijlijn van laag en verwerper. Men ziet dat CF tiaar rechts, dat is naar hel liggende der laag afwijkt. Derhalve moet men het verworpen laaggedeelte na doorbreking van den verwerper eveneens in het

liggende der laag opzoeken.

Uit het bovenstaande ziet men tevens dat D C (de étagehoogte) geheel willekeurig kan worden genomen en aan de constructie niets afdoet; is D C grooter of kleiner dan in fig. 54 dan veranderen natuurlijk CF en CK naar evenredigheid, doch bij de constructie van fig. 63 krijgt men alleen een ander snijpunt M', gelegen op dezelfde lijn C M of haar verlengde; hare richting verandert niet.

De wijze waarop men, bij een verwerpingsspleet aangekomen, de lagen aan de andere zijde daarvan voor de ontginning opent, hangt van verschillende omstandigheden af. Kent men, op grond der geologische waarnemingen, den

Sluiten