Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De voorwaarden waaraan een tegengewicht, dat op zich zelf natuurlijk vrij zwaar is, moet voldoen zijn: een zoo klein mogelijke hoogte en een gemakkelijk uit elkaar nemen, ten einde het zonder moeite te transporleeren. Het bovenbeschreven raam kan dan ook in 4 stukken afgeschroefd worden.

Niet altijd laat men het tegengewicht denzelfden weg afleggen als de wagens, maar een korteren; men verkrijgt dit eenvoudig door den straal van den trommel kleiner te nemen (zie boven). Doel men dit niet, zoo wordt in de vergelijking (a) R = r.

De plaats waar het tegengewicht loopt is zeer verschillend, en wel tusschen, naast of op de hoofdbaan, of ook geheel buiten het remvlak. In het laatste geval, dal in de mijn zelden maar aan de oppervlakte vrij veel voorkomt, wordt achter hel boveneinde van het remvlak een put afgediept of een ander hellend vlak gemaakt waarin of waarop het tegengewicht op en neer gaat, en die door de aanwending van verschillende trommels veel korter kunnen zijn dan de lengte van het remvlak.

Naaslloopende tegengewichten komen alleen voor bij eenvleugelige afbouwen; hel gewicht beweegt zich dan aan de zijde tegengesteld aan die waar de afbouw plaats heeft. Zij brengen, ten minste over een gedeelte van het remvlak, een grootere breedte hiervan te weeg.

Bij den tweevleugeligen afbouw loopt het gewicht gewoonlijk op afzonderlijke rails, die tusschen de hoofdrails zijn aangebracht (zie fig. 124), en ten einde de beide kabels naast elkaar te brengen zijn die smallere rails dikwijls meer naar de eene zijde van de hoofdbaan gelegd. Natuurlijk moet de hoogte van het tegengewicht zoo klein zijn, dat de wagen er ongehinderd over heen kan gaan. Men diept daarom ook wel de hoofdbaan in het midden uit, en laat het tegengewicht geheel onder de dwarsliggers loopen.

Intusschen kan men zelfs de geheele extrabaan voor dit gewicht ontberen en het op de hoofdrails laten loopen, doch alleen indien een remstoel wordt gebruikt. Op de plaats waar wagen en tegengewicht elkaar moeten passeeren worden dan aan de buitenzijde der baan houten balken gelegd met rails voorzien; deze balken zijn in het midden hunner lengte zooveel hooger dan aan de uiteinden als de hoogte van het tegengewicht bedraagt. De remstoel verkrijgt nu aan elke as 2 paar wielen, het eene (binnenste) paar loopt op de gewone rails tot aan de wijkplaats, dan grijpt het buitenste paar wielen op de zijrails, de wagen stijgt en het tegengewicht gaat er onder door, daarna daalt de wagen weer langzamerhand, totdat ten slotte de binnenste wielen van den remstoel weer op de gewone rails rusten.

Het gebruik van een tegengewicht heeft nog het voordeel dat een rekken

Sluiten