Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4". zij is in verreweg de meeste gevallen le zwak, zoodat men voor diepe en uitgestrekte mijnen zoo goed als altijd in de noodzakelijkheid is om kunstmatige ventilatie toe te passen, en dit te eerder naarmate de hoeveelheid schadelijke sloffen onregelmatiger is, dus in de eersle plaats bij kolenmijnen.

§ £29. VOORDEELEN EENER KUNSTMATIGE VENTILATIE. Als een der hoofdregels bij de mijnontginning moet worden vastgesteld dat men zorg drage de hoeveelheid lucht, die in een bepaalden tijd in de mijn kan gebracht worden (natuurlijk tot een zekere grens) naar willekeur te kunnen vermeerderen, en dit is alleen te bereiken door een kunstmatige ventilatie.

Het is niet alleen een zaak van menschlievendheid tegenover de arbeiders, die tot dezen regel heeft geleid, — de ondervinding heeft geleerd, wat trouwens vooraf te verwachten was, dat het nuttig effect van den werkman grooter wordt naarmate de atmosfeer, waarin hij moet arbeiden, zuiverder is, zoodat ook het eigenbelang van den ondernemer ten nauwste samenhangt met het aanbrengen eener goede ventilatie. Het is een verblijdend verschijnsel van den laatsten lijd, dat dit hoe langer hoe meer door de ondernemers wordt ingezien, en dat in vele staten daaromtrent voorschriften zijn vastgesteld.

§ MBO. DE SCHADELIJKE INVLOEDEN. Gaan wij nu in het kort den invloed na, die het ontstaan van mijngas, van koolzuur, van stof en van een verhoogde temperatuur op de ontginning kunnen uitoefenen.

Mijngas of moerasgas is lichtkoolwaterslofgas, met een soortelijk gewicht van 0.56, dus bijna tweemaal lichter dan de lucht. Het verraadt zich noch door kleur, nóch door reuk, nóch door smaak, en is in zuiveren toestand gemakkelijk brandbaar.

De eigei schap waardoor het gas zoozeer gevreesd wordt is echter deze, dat het met een zekere hoeveelheid (6 a 12 maal zooveel) lucht vermengd, in aanraking met brandende of gloeiende stoffen gebracht, met een verschrikkelijke kracht ontploft. Wordt het percentgehalte aan lucht grooter of kleiner, zoo verliest het van lieverlede deze eigenschap en wordt ten slotte geheel gevaarloos, terwijl bij ongeveer 8 maal meer lucht dan gas de sterkste explosie plaats heeft.

Het gas ontsnapt in bijna alle kolenmijnen steeds in meerdere of mindere mate uit het mineraal zelf, waarin het onder een soms aanmerkelijke spanning is opgesloten, zoodat men het dikwijls kan hooren aan een knetterend of fluitend geluid, veroorzaakt door het herhaaldelijk afspringen van zeer fijue kooldeeltjes. Gevaarlijker is het wanneer het in tusschen de kool aanwezige grootere

Sluiten