Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

echter van zelf dat dit alleen kan geschieden in galerijen waar geen vervoer plaats grijpt, anders moet men hier tol het gebruik van vrij hangende zeilen overgaan, die echter steeds het nadeel hebben dat zij gemakkelijk door den luchtstroom worden opgewaaid.

§ É34. METING DER LUCHTHOEVEELHEID; ANEMOMETERS; LUCHTSTATIONS. Ten einde het volume lucht te kennen, dat door een galerij strijkt, dient men de snelheid er van te meten:

/volume in M* \ /doorsnede galerij \ /snelheid in M. \ \ per seconde. / \ in M2. / \ per seconde. /

Dit geschiedt door instrumentjes, anemometers genoemd, waarbij men de drukking der lucht meet tegen een of ander voorwerp, en daaruit door middel van een proefondervindelijk verdeelde schaal de snelheid afleidt. Dit is op verschillende wijzen toegepast, waarmede wij ons echter niet zullen bezighouden.

De meting geschiedt zooveel mogelijk op bepaalde plaatsen (luchtstations) in de galerijen, die dan over een lengte van ongeveer 4 M. aan de boven- en zijkanten geheel met planken bekleed zijn, ten einde den geringsten weerstand en een regelmaligen luchtstroom te verkrijgen. Men neemt dan het gemiddelde van een aantal metingen, die op verschillende plaatsen van de doorsnede worden verricht.

Zijn zulke stations niet aanwezig dan doet men de metingen slechts in het midden van de doorsnede eener galerij, neemt het gemiddelde van een aantal metingen op verschillende plaatsen, en vermenigvuldigt dit cijfer met een coëfficiënt die afhangt van den aard der bekleeding of verzekering, en voor onbekleede galerijen op 0.80, voor zulke met hout of ijzer verzekerd 0.75 en voor geheel betimmerde of bemetselde op 0.85 kan gesteld worden (§ 89 e. v.).

Het spreekt van zelf dat men geen waarnemingen mag combineeren in galerijen met verschillende doorsneden of met verschillende bekleeding of verzekering (zie verder § 144 e. v.).

§ ÊSS. FORMULE VOOR DEN KLEINSTEN TOTALEN WEERSTAND. Wij hebben boven (§ 131) gezegd dat de lucht in de mijn verschillende weerstanden ondervindt. Het doel der luchtverversching moet dus zijn deze weerstanden te overwinnen, en daarenboven aan de lucht een zoodanige snelheid mede te deelen, dat de schadelijke gassen worden medegevoerd.

In § 128 is reeds opgemerkt dat de lucht, doordat zij zich in de mijn verwarmt, reeds uit zich zelf een neiging bezit om op te stijgen en dat dit

Sluiten