Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verandering der lucht te doen ontstaan. Liefst neemt men eerstgenoemde opening wat grooter en rondt de kanten goed af.

§ MSO. GROOTTE VAN DEN VENTILATOR EN VORM DER VLEUGELS. Verdere belangrijke punten zijn nog de grootte van den ventilator en de vorm der vleugels.

Ter wegvoering van eenzelfde hoeveelheid lucht mèt een zekere depressie uit de mijn kan men groote langzaam loopende en kleine snel draaiende ventilatoren bezigen. Oorspronkelijk gebruikte men alleen de laatste soort, en deze zijn ook thans nog aantebevelen voor onregelmatige mijnen met nauwe galerijen en voor de ventilatie van voorbereidingswerken (§ 137), omdat de hoeveelheid lucht betrekkelijk klein is doch de depressie groot moet zijn. Voor groote en regelmatige mijnen zijn groote ventilatoren meer op hun plaats. Deze laatste zijn natuurlijk duurder in aanschaffing en aanleg, hebben een groot gewicht en doen daardoor de assen meer lijden en de tappen spoediger uitslijten, maar werken gewoonlijk regelmatiger doordat zij langzamer loopen en dikwijls zonder verdere overbrenging van beweging direct door de machine worden bewogen, wat natuurlijk arbeidsbesparing ten gevolge heeft. De Guibal ventilatoren b. v. zijn meestal 7—12 M. groot en 2—3 M. breed, bij 60 omwentelingen per minuut, terwijl de kleinere ventilatoren van circa 21/, M. niet zelden 400 omwentelingen in denzelfden tijd verrichten. In den laatsten tijd kiest men een middelweg, neemt 4—6 M. grootte en 180—240 omwentelingen, waarbij dan een 5--4 voudige bewegingsoverbrenging noodzakelijk is. Deze wordt niet door tandraderen bewerkstelligd omdat zij te veel stooten, maar door riemen.

Wat de vleugels betreft, onderscheidt men drie soorten. Gaat een raakvlak A B (fig. 143) aan het uiterste gedeelte van den vleugel getrokken door hel middelpunt van het rad, zoo heeten de vleugels radiaal, (Mtitthlf/er. Guibal, Mtaraé). Die bij M*elixer'S v. zijn eveneens radiaal maar in tegenstelling der andere geheel vlak, wat hier mogelijk is omdat de lucht reeds door de schroefbladen s (fig. 146) een draaiende beweging heeft, die door de vleugels v slechts versterkt wordt. De vleugels zijn echter ook dikwijls sterker gekromd en wel in de richting der beweging van het rad, dus voorwaarts, zooals bij Ktey, Set' (fig. 147) enz., of omgekeerd, dus achterwaarts b. v. bij Combes (fig. 148) en Capell (fig. 144) welke beide wijzen elk hare voor- en nadeelen bezitten, waarop wij hier niet verder zullen ingaan om niet in theoretische beschouwingen te vervallen. De laatste soort mag echter alleen dan worden aangewend waar de depressie gering is. Bij den

Sluiten