Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aan de beide uiteinden der baan zijn wisselplaatsen aanwezig mei minstens twee paar rails voorzien. In de richting van den afvoer der volle wagens dienen zij een geringe belling van 5 a 8 millimeter per Meter te bezitten.

De los meeloopende kabel, die dus aan den achtersten wagen is bevestigd, is uit den aard der zaak weinig of niet gespannen en heeft dus neiging om een slingerende beweging aan te nemen, waardoor het zou kunnen gebeuren dat de kabel niet op de rollen (§ 177) kwam te liggen Om dit te verhinderen en ook voor het passeeren van krommingen wordt als achterste wagen van eiken trein meestal een conducteurwagen (§ 181) genomen, waarin een werkman is geplaatst, die den kabel steeds neerdrukt en dus de gewenschte richting doel behouden. Aan het einde der baan moet die wagen dus weer achter den gereedstaanden trein worden gebracht en tevens worden omgedraaid, waardoor een draaischijf onmisbaar wordt en nog al lijd verloren gaat. Men heeft dan ook wel drie zulke conducteurwagens in gebruik, waarvan slechts één in beweging is, terwijl de beide andere gedurende den treinloop achter de gereed gehouden treinen worden geplaatst. Men kan ook desgewenscht de draaischijf ontberen door zoowel vóór als achter aan den trein een conducteurwagen aan le haken, waarvan echter alleen de achterste in werking is, zoodat een verplaatsing en omdraaiing onuoodig wordt, of door aan dien wagen zulk een inrichting te geven dat men aan beide zijden den kabel kan pakken, zoodat het omdraaien overbodig is.

b. Jhibhehvcrleeiul vervoer.

§ 19ê. VERSCHILLENDE METHODEN.

Eerste methode: met kabel zonder eind.

Deze is in fig. 18S voorgesteld. De kabel loopt over de schijven s en s„ waarvan $ door de machine direct in beweging kan worden gebracht en st op eenigerlei wijze gespannen wordt gehouden (spanschijf, zie hierna).

De beweging der volle wagens w en der ledige wt heeft voortdurend plaats in de richting der pijltjes.

Gewoonlijk heeft het vervoer bij tusschenpoozen plaats d. w. z. dat bij aankomst van den trein aan het einde der baan de machine tot stilstand gebracht, de trein losgemaakt wordt en de wagens met de hand verder worden gereden, terwijl de kabel een eind ouder den grond doorloopt. Soms evenwel treft men een inrichting aan waardoor dit vast- en losmaken der treinen tijdens de beweging van den kabel plaats heeft. Dit zoogenoemde onafgebroken vervoer kan echter veel gemakkelijker worden verkregen door de toepassing der

Sluiten