Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die gleuven moet groot genoeg zijn om een voortdurende beweging van den kabel mogelijk te maken.

Een spanschijf is een gewone kabelschijf die op een wagentje is geplaatst; dit laatste staat óf op een hellend vlak óf op een horizontaal-, maar is dan aan het achtereinde met een kabel of ketting verbonden, waaraan een gewicht is bevestigd dat in een oudiepen put hangt. Op beide wijzen wordt de kabel in voldoende mate gespannen gehouden.

§ 1SS. INRICHTING EN EIGENSCHAPPEN VAN DE METHODE MET ZWEVENDEN KETTING ZONDER EIND. Het vervoer is ook hier dubbel werkend en steeds in dezelfde richting zoodat op het eene railpaar altijd volle, op het andere leege wagens circuleeren. Aangezien voortdurend wagens onder den ketting worden geschoven, kan de snelheid van vervoer kleiner zijn dan bij de voorbeschreven methoden (0.6—1.2 M. p. s.), doch daar de afstand van twee wagens niet grooter dan een bepaald bedrag mag worden genomen om den ketting niet te laten slepen, wordt vooral in lange banen het aantal deiin gebruik zijnde wagens zeer aanzienlijk, m a, w. er is een groot wagenpark noodig. Van daar dat de ontginning eerst tot een zekere hoogte (afhankelijk in hoofdzaak van de lengle van het vervoer en van de grootte der wagens) moet zijn opgevoerd, om de aanwending der methode economisch mogelijk te maken.

De ketting moet uit het beste materiaal (Martin-staal) en zeer zorgvuldig worden gemaakt. Gewoonlijk gebruikt men wijde kettingen, waarbij de binnenlengte der schalmen 3^ tot S '/2 maal de ijzerdikte is. Hoe langer de schalmen, hoe kleiner in het algemeen het gewicht van den ketting; te ver mag men echter niet gaan om de constructie der schijven niet te zeer te bemoeilijken. Nadat een nieuwe ketting eenigen tijd in gebruik is geweest, is hij niet onaanzienlijk uitgerekt (1—5%) en moet dus een gedeelte worden uitgenomen. Meestal wordt daarop reeds bij de vervaardiging gelet en de ketting uit meerdere stukken samengesteld, die aan elkander door hulpkettingen van circa ,/a M. lengle worden verbonden. Aan de beide einden van deze laatste zijn dan palentschalmen bevestigd, die gemakkelijk kunnen worden losgemaakt. De dikte van het ijzer der schalmen is meestal 15—20 uiM.; het gewicht per loopenden Meter is 8.5 KG., bij 20 mM. dikte.

Evenals bij den kabel zonder eind zijn ook hier twee schijven (kettingschijven) noodig waarvan minstens één als spanschijf moet worden ingericht. De middellijn dezer schijven wordt meestal even groot genomen als de afstand bedraagt tusschen de beide baanassen, dus 0.9—1.5 Meter. Ten einde den

Sluiten