Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het geval bij kooien waarin slechts 1 wagen aanwezig is of één rij wagens boven elkaar wordt geplaatst, wat bij putten van geringe afmetingen kan voorkomen.

Gemiddeld kan men aannemen dat een ijzeren kooi voor één wagen 350 KG., voor twee naast elkaar 650 KG., voor vier (2 aan 2) 900 KG. en voor zes 1200 KG. weegt.

Hoe geringer het gewicht der kooi is, hoe minder kabel en machine aangegrepen worden; hoe grooter de kooi hoe meer wagens tegelijk kunnen worden vervoerd; de beste constructie is dus bij druk vervoer een groote kooi mei betrekkelijk gering gewicht, wat door het gebruik van staal op de beste wijze wordt verkregen.

B. DE GELEIDING IX DEN PUT.

§ ÊS9. GELEIDINGEN; KLAUWEN. Het is duidelijk dat men de kooien niet los aan de kabels laat hangen, daar deze dan in een gevaarlijke slingering zouden geraken; men laat ze dus (meest aan hun lange zijden) glijden langs daarvoor opzettelijk aangebrachte houten balken, ijzeren rails, U-ijzers of strak gespannen kabels.

In fig. 177, 195 en 198 zijn deze meest voorkomende geleidingen afgebeeld. De klauwen a zijn aan de kooi vastgeschroefd. Om een goede geleiding te verkrijgen zijn er twee aan elke der twee tegenoverstaande zijden der kooi noodig, of wel men maakt er één aan weerszijden die bijna dezelfde hoogte als de kooi heeft.

De afmetingen der houten geleiders zijn 10 bij 10 tot 15 bij 15 cM.; dikwijls echter maakt men ze rechthoekig 10 bij 15 of 12 bij 18 cM., waarbij de breede zijde naar de kooi is toegekeerd.

De verbinding der balken in vertikalen zin geschiedt tegenwoordig algemeen door een naad n in het midden tusschen twee dwarsbalken D (fig. 189) en tusschen deze laatste een houten balk L aan te brengen. Het geheel wordt door 6 schroefbouten met diep verzonken koppen bevestigd. Men heeft hierbij het voordeel dat het gewicht van den geleider meer direct op de dwarsbalken wordt overgedragen. Soms vervangt men wel, doch minder goed, den houten balk L door een ijzeren plaat.

Worden ijzeren rails als geleiders gebruikt, zoo neemt men een zware soort van 6 M. lengte en 30—35 KG. per strekkenden Meter, en laat ongeveer 1 cM. ruimte tusschen de uiteinden, ten einde uitzetting mogelijk te maken.

Bij de geleiding met kabel (fig. 190) neemt men aan elke zijde meest

Sluiten