Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 222. POMPEN MET NIET-DOORBOORDEN ZUIGER; PERSPOMPEN; DUBBEL WERKENDE POMPEN. Juist de omgekeerde werking vindt plaats bij de perspomp die in lig. 236 is afgebeeld en na het voorgaande wel geen verdere verklaring zal behoeven. De zuiger Q is hier met doorboord (massief) en het is hierbij zelfs mogelijk op eenvoudige wijze een dubbelwerkende pomp te verkrijgen, waartoe de in de figuur gestippelde buis aan het werktuig verbonden wordt.

Zooals men ziet verschillen de hef- en perspomp ook nog daarin, dat de zuiger bij de eerste wel, bij de tweede niet in dezelfde as met zuig- en stijgbuis ligt. Hieraan is voor de perspompen het groote voordeel verbonden dat de zuiger, die steeds het zwakke punt van de pomp is (door defect of lens raken), met weinig moeite kan uitgenomen worden en gemakkelijk bereikbaar is; intusschen nemen zij door die inrichting ook meer ruimte in dan de hefpompen.

Bij de eigenlijke mijnpompen zijn de perspompen bijna uitsluitend in gebruik, ofschoon in den laatsten tijd de zoogenaamde Rittinger-pomp (§ 233) meer en meer aangewend wordt, die op eenvoudige wijze het voordeel van weinig ruimte der hefpompen met dat van dubbele werking der perspompen verbindt.

Bij kleine en ondiepe mijnen, die weinig last van water hebben, vindt men wel onder in de mijn een of meer kleine stoomzuig- en perspompen, die den stoom ontvangen van boven den grond opgestelde ketels. Vooral voor pas beginnende diepbouwen, waar de onkosten der zeer dure andere wateropvoermachines zwaar op de onderneming zouden drukken, verdient deze wijze van doen wel aanbeveling. De stoomleiding wordt dan meestal in den opvoerput door goed tegen uitstraling der warmte beschutte buizen aangebracht, omdat deze put de kortste weg naar de pompen vormt.

§ 223. PLUNGERPOMPEN. De in fig. 236 voorgestelde platte zuiger moet, ten einde aan de pomp een goede werking te verzekeren, nauwkeurig in de zuigerkast Q passen. Deze laatste dient dus van binnen zuiver te worden afgedraaid, terwijl de zuiger zelf met leer bekleed wordt.

Dit uitdraaien heeft zijn eigenaardige praktische moeilijkheden, waarbij nog komt dat het water uit de mijn dikwijls eenigszins zuur is en dan het ijzer aantast. Om aan deze bezwaren tegemoet te komen maakt men voor grootere mijnpompen algemeen gebruik van plungerpompen (fig. 237). De nauwkeurig van buiten (dus zonder moeite) afgedraaide zuiger P, hier plunger genoemd, heeft den vorm van een cilinder, beweegt zich met een kleine

Sluiten