Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

brengt men elke 25—40 Meter een zoogenaamde compensatie aan. Het bovenste deel a van zulk een buizenreeks is n. 1. niet vast met het onderste deel b der naastvolgende reeks verbonden, maar zij schuiven in elkaar door middel van een pakkingbus c. Vlak hierboven is dan de gewone ondersteuning ee aangebracht. Zulk een compensatie maakt men steeds onmiddellijk boven elke pomp, ten einde deze zoo weinig mogelijk te belasten.

Elke zuigbuis mondt in een zuigkast uit hout of plaatijzer vervaardigd, en hetzij in-, heizij bij gebrek aan ruimte buiten den put geplaatst. In het laatste geval zet men zo meest in een voorhanden dwarsgalerij, waarin tegelijk het water uit de daarmede overeenkomende étage af- en aan de naast hoogere pomp toegevoerd wordt. Deze inrichting is in het algemeen als de beste aan te raden.

Gewoonlijk is het water vrij troebel, en ofschoon het fijne slib weinig schaadt, moet streng gewaakt worden tegen het komen van grootere onreinheden in de pomp, daar deze aanleiding kunnen geven tot het niet sluiten der kleppen, waardoor het effect der pomp zeer zou worden verminderd. Men kan dit verhinderen door de zuigkast een groote hoogte te geven, of beter door ze in twee ongelijke deelen te verdeelen door een tusschenschot uit gevlochten draad, dat van den bodem tot den waterspiegel reikt. In het grootste deel komt bet water uit de étage en de onderstaande pomp, in het kleinste mondt de zuigbuis der bovenstaande pomp.

Natuurlijk moet de zuigkast in elk geval van boven gesloten zijn.

Waar uit de bovenste étages der mijn slechts weinig water toevloeit kan men dit beter direct in den put laten vallen en dan de zuigkasten geheel ontbeeren. De zuigbuis a mondt in dit geval onmiddellijk in het bovenste meest wat verwijde gedeelte der stijgbuis b zooals in fig. 219 is voorgesteld. Natuurlijk moet de afstand van m tot n zoo groot zijn, dat het water uit de buis b bij den neergaanden slag van den plunger p niet tot n daalt, omdat anders lucht in de pomp zou geraken.

§ 2SO. DE POMPSTANGEN. Tot het overbrengen der beweging van de machine op de pompen dient de pompstang, die dus alle pompen gelijktijdig en op dezelfde wijze doet werken en daartoe met de plungers vast verbonden moet worden.

Het meest gebruikelijke materiaal voor de stangen is hout of smeedijzer, ook wel beide te zamen.

Houten stangen moeten bestaan uit uitgezochte, rechtdradige en knoestvrije vierkante balken van 10—18 M. lengte, die koud op elkaar staan en door

Sluiten