Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

overschrijden; de beweging op de pompstang heeft op de wijze van een kniehefboom plaats.

Ofschoon zij eenige voordeelen bezitten, waaronder voornamelijk deze dat de pompstang een zuiver begrensden slag bezit, zijn zij slechts te gebruiken bij een betrekkelijk geringen en constanten watertoevloed in de mijn, en heeft de overgang van den opgaanden tot den neergaanden slag plotseling plaats, waardoor de kleppen geen tijd hebben zich voldoende te sluiten, wat voor den gang der pomp nadeelig is.

Zij worden dan ook in hoofdzaak aangewend bij het afdiepen van den put, omdat men het gemakkelijk in zijn macht heeft het aantal slagen te vermeerderen door eiken slag kleiner te nemen en dus den put steeds voldoende droog te houden, en ook déar waar in hooge mate gelet moet worden op besparing van brandstof door de toepassing van hooge expansie; in dit geval wordt echter de aanleg vrij duur.

In de waterkolommachincs (§ 218) hebben wij reeds een inrichting leeren kennen om water zonder pompstangen op te voeren, wat behalve meerdere goedkoopte ook nog het voordeel heeft dat de stijgbuis onafgebroken tot aan de waterafvoerplaats kan reiken en dus slechts een enkele pomp noodig is. Ditzelfde voordeel kan ook verkregen worden door toepassing der roteerende pompmachines en wel door deze onder in de mijn te plaatsen. Deze inrichtingen zijn reeds uitgevoerd tot 350 M. wateropvoerhoogte, wat tegelijk voorloopig als een maximum te beschouwen is. De ruimte in den put voor de waterloozing te reserveeren is dan beperkt tot die door de stijgbuis en de stoomleiding ingenomen.

Behalve een verhoogde temperatuur bij de machine is nog een groot bezwaar dat zij met groote waarschijnlijkheid niet meer werkt als zij door een plolselingen watertoevloed onderloopt, dus juist dan als een pomp het meest noodig is. Stelt men de machine hooger en dus in verbinding met een befpomp op, zoo wordt de inrichting weer saamgestelder.

Niettegenstaande dit zijn de veel geringere aanlegkosten oorzaak dat dergelijke onderaardsche machines tegenwoordig voor niet zeer diepe mijnen met constanten watertoevloed vrij veel worden aangewend, ook al weet men vooraf dal de bedrijfskosten wat grooter zullen zijn dan bij de toepassing van een balansmachine.

§ 232. INRICHTING DER BALANSMACHINES. Nog altijd voor groote mijnen het meest in gebruik zijn echter de steeds bovengronds opgestelde balansmachines, waarbij men door een zeer eigenaardige en kunstige maar

Sluiten