Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij ronde is zij veelhoekig, en wel neemt men meestal 8 of 10 zijden. Een dergelijke betimmering is in fig. 238 voorgesteld.

In brokkelig gesteente is men soms genoodzaakt de wanden bovendien geheel met planken te bekleeden, die dan echter slechts aan- en niet in elkaar behoeven te sluiten.

§ 242. INRICHTING DER BLIJVENDE VERZEKEK1NG. De blijvende verzekering van een put kan in hout, metselwerk of ijzer worden uitgevoerd, doch begint de eerste hoe langer hoe meer in onbruik te raken wegens de herhaalde reparatie die zij gewoonlijk veroorzaakt. Alleen waar zeer duurzame houtsoorten b. v. ijzerhout, gemakkelijk te krijgen zijn en ijzerwerk ten gevolge van de groote transportkosten zeer duur zou worden, is een houten bekleeding wel aantebevelen. Daar het ook soms bij den eersten aanleg en minder voldoende fondsen noodzakelijk kan zijn een betimmering aan te brengen, zullen wij het voornaamste er van bespreken, ook omdat deze wijze van doen tevens wordt toegepast bij schoorsteenen en blinde schachten die slechts een vrij beperkten duur bezitten.

In hoofdzaak wijkt de bewerking niet af van die der voorloopige betimmering; alleen worden de beste en rechtdradige knoestvrije houtsoorten gebezigd en aan de verbinding van het geheel de meeste zorg besteed. Elk raam bestaat uit vier stukken bij een rechthoekigen, en uil hel gewenschte aantal bij een ronden put: hieraan worden de dwarsbalken verbonden, die tot afscheiding der afdeelingen moeten dienen (§ 247). De onderlinge verbinding der balken zij zoo eenvoudig en sterk mogelijk; een raambalk mag liefst niet uit twee horizontaal verbonden stukken beslaan. Waar dit echter niet anders mogelijk is kieze men de lasch juist ter plaatse, waar de lusschenschollen (§ 247) moeten komen, omdat dan de verbinding niet door de drukking kan uitbuigen. De afstand der ramen regelt zich naar omstandigheden, gewoonlijk is zij 1 a 1.28 M. Tusschen de raambalken en de putwanden brengt men een goed aaneengesloten rij planken aan, die door wiggen stevig worden aangedrukt. Hier en daar worden de raambalken sterker en langer genomen en in de putwanden ingelaten, zoodat zij in slaat zijn een zeker aantal ramen te dragen \draaykram] (§ 241, zie ook § 247). De ramen zelf worden onderling verbonden door vertikale balken in de hoeken ten einde het geheel op een draagkrans te doen steunen, en bij lange raambalken ook door zulke in het midden geplaatst. Desverkiezende brengt men ook ijzeren schroefstangen aan, om de betimmering aan een bovenliggenden draagkrans op le hangen.

MIJHONTGINNING. 19

Sluiten