Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

fundament wordt gemaakt, en metselt daarop hel bovenliggende stuk. Na beƫindiging hiervan laat men onder het fundament een gedeelte der rots als ondersteuning staan, diept weer een zekere lengte af en herhaalt bovenstaande bewerking, enz. Is men tot dicht onder de ondersteunende rots aangekomen, zoo neme men deze uit de hand over een gedeelte van den omtrek weg en metsele zoo spoedig en nauwkeurig mogelijk tot vlak aan het fundament; daarna wordt een ander gedeelte van den omtrek op gelijke wijze behandeld enz., tot algeheele aansluiting is verkregen (zie ook hieronder).

Bezit het doorgraven gesteente de eigenschap om aan de lucht zeer spoedig te verweeren en af te brokkelen of af te bladeren, zoodal het zaak is de putwanden onmiddellijk na de onlblooting te bedekken, zoo diept men den put in kleiner doorsnede door dit gesteente af, maakt aan de basis er van of zooveel dieper als noodig is om een voldoend stevige laag te vinden, een fundament voor de gewenschte putbreedte, neemt daarna bij strooken van 1 a 2 M. het bovenliggende gesteente met pikhouweel en breekijzer weg en metselt dit gedeelte onmiddellijk dicht, dus van onder naar boven.

Is het gesteente van dien aard, dat het wel is waar niet afbrokkelt maar ook niet te lang onbedekt kan blijven staan, terwijl het tevens geen vaste lagen beval die geschikt zijn om een fundament op te nemen, zoo hangt men een zeer stevig fundament door middel van ijzeren stangen of kabels op aan een boven de putmonding soliede bevestigd raamwerk en metselt op dit fundament aan de oppervlakte den muur op, terwijl naarmate het afdiepen voortgaat de muur naar beneden gelaten wordt (zinkmuren).

Bij het metselen met verdiepingen heelt men het voordeel dat men veel minder hout bij de voorloopige betimmering gebruikt, omdat hetzelfde hout voor meerdere verdiepingen kan dienen; daarbij blijven de wanden slechts een beperkten tijd aan den invloed der atmosfeer blootgesteld.

Slechts in zeldzame gevallen worden vlakke muren gebezigd, zij hebben het groote nadeel dat hel gewicht altijd op de onderliggende gedeelten drukt; als regel metselt men dus de muren boogvormig, zoodat zij reeds in zich zelf een zekere spanning bezitten, die de drukking naar beneden vermindert en beter in staat is de in meer horizontale richting werkende gesteentedrukking te weerstaan. Wordt de put rond afgediept zoo verkrijgt ook het metselwerk binnen en builen een ronden vorm; er moet dan goed op gelet worden dat de muurdikle overal even groot is, of ten minste nergens beneden een zeker minimum komt. Heeft men bij het afdiepen den put den rechthoekigen vorm gegeven, zoo bestaat het metselwerk uit vier segmenten (fig. 239), welker binnenzijden door houten mallen x voortdurend nauwkeurig gecontroleerd worden.

Sluiten