Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en naar builen gaat; de eigenlijke brekende werking heeft dus plaals in het middelste deel. Dit heeft de gedaante van een omgekeerden afgeknotten kegel, dus met den kleinsten diameter naar beneden, en van binnen met hardstaal gevoerd; aan de as vast zit een anderen (geribden) afgeknotten kegel met het breede grondvlak naar beneden en zóó geplaatst, dat dit vlak zich bevindt juist ter hoogte van den evengenoemden kleinsten diameier van het trommelgedeelte en eenige centimeters kleiner is dan deze. De as zelf blijft aan het boveneinde op haar plaals en krijgt aan het benedeneinde door een excentriek een kleine ronddraaiende beweging; hierdoor komt dus de kegel meer of minder dicht bij de stalen wandplaten en breekt het erts, dat er tusschen ligt, stuk. Deze breking geschiedt hier dus niet stootsgewijze, maar zeer regelmatig successievelijk en over alle punten van den omtrek.

De steenbrekers zijn voornamelijk voorbereidings-verbrijzelingswerktuigen, die hun product aan de walsen en stampers afleveren; waar de handscheiding tot op een geringe grootte (b. v. van 30 mM.) kan worden toegepast kan men ze in den regel geheel ontberen. Hel meest worden zij gebruikt waar de ertsen innig gemengd, fijn ingesprenkeld, of zoodanig met waardeloos materiaal vergroeid zijn, dat een totaal fijnmaken der massa onvermijdelijk is, b. v. voor het product uit goudhoudende kwartsgangen.

§ 9. WALSEN. Het door de steenbrekers geleverde product wordt door trommelzeven in de gewenschte klassen gescheiden, en hetzij direct in de stampers gebracht, betzij ten deele nog aan een nader verbrijzelingsproces door walsen onderworpen. Dit zijn (fig. 2B5) ringen van hardstaal r en r,, die op de gietijzeren kernen k en zijn vastgestoken en om de assen a en a, kunnen draaien. De as a, draait los in zijn kussenblokken en is in horizontale richting verplaatsbaar, zoodat de speelruimte tusschen de beide ringen veranderd kan worden. De as a wordt met riem en riemschijf s in beweging gebracht. Op de as van deze laatste zijn de duimen v bevestigd, die bij elke omwenteling tegen de klos r stooten Met deze is op de in de figuur aangegeven wijze de bij t opgehangen houten toevoergoot q verbonden, die dus in een heen en weergaande beweging geraakt, en telkens tegen de met leder bekleede klos x stoot, zoodat daardoor de zich in q bevindende ertsmassa bij kleine hoeveelheden tegelijk uitvalt en tusschen de walsen komt; p is de toevoertrechter.

Het tusschen de walsen komende erts wordt verhinderd terzijde uit te vallen doordat een der ringen r met een opstaanden rand n is voorzien, waartusschen de ring r, juist past.

De doorsnede der ringen is verschillend, doch meest niet kleiner dan

Sluiten