Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De helling der pyraniidenwanden moet grooter dan 50° zijn, ten einde een voortdurend, afglijden van het zand mogelijk te maken.

De grootte der bakken hangt af le. van de hoeveelheid toevloeiend water en 2e. van de grootte der zanddeeltjes. Voor elke 100 Liter water per minuut rekent men gemiddeld een lengte van 500 mM. (le bak), 750 mM. (2e bak), 1125 mM. (3e bak) enz., dus steeds 1 Va maal meer dan de voorgaande; de overeenkomstige breedte op 72, 108, 162 mM. enz. De hoeveelheid zuiver water wordt op l/3 van die van het toevoerwater genomen; een overdruk van 3 M. is in elk geval voldoende.

Het afvloeiende ertsslik wordt in dergelijke trechters, doch met veel grooter inhoud tot afzetting gebracht. Hierbij wordt echter geen zuiver water toegevoerd en het neergeslagen slik treedt voortdurend door een buis k h (tig. 267) uit, die bij k afgeschroefd en dus gemakkelijk gereinigd kan worden. De afvloeiopening bij l moet ongeveer */4 a 1 Meter beneden het waterniveau blijven.

Waar groote massa's zand en slik le verwerken zijn legt men gewoonlijk 2 of 3 rijen trechters naast elkaar, laat het uit elke reeks trechters afvloeiende water eerst in een gezamenlijke goot treden ter betere vermenging, welke goot zich daarna weer in evenveel deelen splitst als trechters in de volgende reeks voorhanden zijn.

2. Jfe klnsseeriny.

§ PRINCIPE DER KLASSEERING; DE WERKTUIGEN. Uit het

voorgaande (§ 265) volgt dat de door de trechterapparaten verkregen soorten de (zwaardere) ertsdeeltjes in kleiner, de lichtere steendeeltjes in grooter volume bevat, zoodal een klasseering dezer soorten naar de grootte gelijktijdig een scheiding naar het specifiek gewicht, dus van nuttig en onnut materiaal met zich brengt. Deze scheiding zal echter pas zuiver zijn indien alleen homogene deeltjes verwerkt worden, en daar dit als regel nooit het geval is verdient het aanbeveling om steeds bij de klasseering tusschen twee eindsoorten een tusschenproduct te maken, dal zoo noodig nog aan een nadere verbrijzeling door stampers wordt onderworpen.

Een klasseering door eenvoudige zifting zou theoretisch de eenvoudigste weg zijn, heeft echter voor de zeer fijne deeltjes waarvan hier sprake is, in de praktijk met bezwaren te kampen, die hare uilvoering onmogelijk maken.

Men volgt daarom een der navolgende methoden:

Sluiten