Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schillende openingen, zoodat het gewenschte aantal klassen resp. soorten gevormd wordt.

De stoolzeven zijn op soortgelijke wijze ingericht als de stoothaarden (§ 267).

Ofschoon deze soorten niet meer onder de nieuwste te rangschikken zijn, vindt men ze nog veelvuldig in gebruik.

Het geven van een ronddraaiende beweging aan een platte zeef is op twee verschillende wijzen toegepast.

Het eenvoudigste in principe en uitvoering is wel de slingerzeef, in fig. 252 schematisch voorgesteld. Zij bestaat uit een pyramidaal raamwerk van ijzer, van onderen met een de zeven s bevattende kast voorzien. Het geheel is aan het toppunt a opgehangen en onderaan bij b wordt door een kruk een draaiende beweging aan het geheel medegedeeld. De inrichting heeft vier voordeelen: zij klasseert goed, is goedkoop, neemt weinig horizontale ruimte in, en behoeft slechts zeer weinig kracht ter beweging.

Op een geheel ander beginsel berust de draaizeef. Legt men op een platte onderlaag 3 of 4 even groote kogels aan de hoekpunten respectievelijk van een gelijkzijdigen driehoek of van een vierkant, en op de kogels een zeef, zoo kan men deze laatste gemakkelijk een snel ronddraaiende beweging geven. Stelt men zich voor dat de kogels (wat aan het beginsel niets verandert) vervangen zijn door cilinders welker boven- en grondvlakken bestaan uit deeleu van eenzelfde boloppervlak; dat deze cilinders aan de vier zeefhoeken en in dier voege bevestigd zijn dat zij de bovenbeschreven beweging vrij kunnen maken doch overigens onverplaatsbaar zijn, en dat die beweging machinaal door middel van een of meer krukstangen plaats heeft die evenwijdig aan het zeefvlak zijn gelegen, zoo heeft men het principe van de Klünne'sche draaizeef.

De praktische inrichting is veel samengestelder dan die der slingerzeef en bijgevolg duurder, overigens werken zij goed doch zijn nog niet veel in gebruik. Bij een, meest voorkomende, middellijn van 1 decimeter voor het genoemde boloppervlak kan zulk een apparaat 150 omdraaiingen per minuut verkrijgen.

De gebogen zeven zijn cilindrisch en dan met hellende as of, en dit gewoonlijk, afgeknot kegelvormig. De lengte is minstens 1 M., moet echter niet te groot genomen worden omdat dan licht de as kan breken. De bewegingssnelheid aan den omtrek is meest s/4—1 M. per seconde; de helling van den kegelmantel ongeveer 4 graden.

De spiraaltrommels, waarvan er een in fig. 257 in doorsnede is afgebeeld, hebben het voordeel dat zij bij geringe ruimte een groote zeefoppervlakte

Sluiten