Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II. in aanraking gebracht met chloorgas verandert het goud in goudchloride en deze stof kan men in gewoon water oplossen. Uit deze oplossing kan men weer het vrije goud terugkrijgen door ze te voegen bij een oplossing van zwavelzuur-ijzeroxydule (ijzersulfaat);

III. het lost op in een oplossing van cyaankalium in water, waarbij een zoogenaamd dubbelcyanuur van kalium en goud wordt gevormd. Legt men in die oplossing een stukje zink zoo verdwijnt dit van lieverlede terwijl metalliek goud als een fijn poeder te voorschijn komt (wordt neergeslagen);

IV. door gesmolten lood en gesmolten zwavelkoper worden zoowel goud als zilver bij voorkeur opgenomen; kan men het erts dus op zoodanige wijze smelten dat een der beide eerstgenoemde stoffen wordt gevormd dan bevindt zich hierin ook bijna al het edel meiaal.

Op de genoemde eigenschappen berusten nu de vier methoden tot winning van het in de ertsen bevatte goud:

A. Amalgameering,

B. Chlorineering,

C. Cyaneering,

D. Smelting,

en wij zullen deze vier methoden achtereenvolgens behandelen, waarbij wij echter natuurlijk niet nader kunnen ingaan op de in den regel zuiver chemische en soms zeer samengestelde reacties, welke daarbij plaats grijpen.

Onverschillig of het erts geamalgameerd, gecyaneerd of gechlorineerd wordt, er moet bijna altijd een tamelijk ver gaande verbrijzeling voorafgaan. Dezo geschiedt eerst door steenbrekers (§ 256) daarna door walsen (§ 257) zonder-, of door stampers (§ 258) met toevoeging van water. Op deze werktuigen zelf zullen wij hier niet terugkomen; de keuze tusschen de beide laatstgenoemde hangt af van de verdere behandeling der ertsen: moeten zij geamalgameerd worden dan zijn stampers aantebevelen, — wil men meer een zoo gelijkmatig mogelijke grootte van het product verkrijgen, niet beneden een vooraf bepaalde afmeting en b. v. de hoeveelheid ertsslik tot een minimum beperken, zoo bewijzen de walsen betere diensten. Voor zeer harde ertsen is men echter wel verplicht om stampers te gebruiken.

A. Aanalf/atneerhlf/. In den mortier of trog der stampbatterij zijn reeds koperen platen aangebracht, die met kwik zijn ingewreven (koperamalgaam-platen); het door het stampen los en vrij geworden goud komt met die platen in aanraking en verbindt zich bijna onmiddellijk met het kwik tot

Sluiten