Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

amalgaam. Daarenboven giet men op regelmatige tijden in de mortieren een vooraf praktisch bepaalde hoeveelheid kwikzilver, dat dus eveneens met het vrije goud een amalgaam vormt, dat zich voor het grootste deel tusschen de stampers op den bodem van den mortier verzamelt. Dit en ook de koperamalgaam-platen worden van tijd tot tijd weggenomen en de laatste door nieuwe vervangen.

Nadat het erts voldoend lang gestampt is loopt de rest uit den trog over eenigszins hellende koper amalgaam-platen, waar men zooveel mogelijk nog de medegesleepte blaadjes en korreltjes goud, stukjes amalgaam en bolletjes kwik tracht te verzamelen.

Wanneer uilsluitend vrij goud in het erts aanwezig is, is hiermede de amalgamatie afgeloopen en met goede ertsen en zorgvuldig werken is het mogelijk aldus 85—90% van het metaal te winnen. Het is het eenvoudigste en goedkoopste proces indien de ertsen er voor geschikt zijn.

Dit laatste nu is volstrekt niet altijd het geval óf, wat ook zeer dikwijls voorkomt, men verkrijgt door amalgamatie slechts een betrekkelijk laag procent van het goud dat volgens de chemische proef (essay) in het erts aanwezig is. Dit kan aan verschillende oorzaken liggen:

a. aanwezigheid in het erts van de zwavelmineralen van arsenik (mispickel), antimoon (antimoonglans) en bismuth; de beide eerste verdeelen het kwik in bijzonder fijne korrels en vormen daarmede een uiterst fijn zwart meel dat zich op de goudblaadjes vastzet en het amalgameeren van deze verhindert; het bismutherts schijnt zich bij aanwezigheid van kwik te ontleden en het gevormde metaal daarna zeer gemakkelijk er mede te verbinden, gemakkelijker zelfs dan goud, zoodat dit door het kwik slechts hier en daar wordt opgenomen en voor een goed deel verloren gaat.

Een soortgelijken schadelijken invloed bezit het zwavelzuur-ijzeroxydule, dat b. v. gevormd wordt als pyrieten langen tijd aan den invloed van vochtige lucht zijn blootgesteld en dat ook wel voorkomt in ertsen, dicht bij het uitgaande van den gang verzameld. Loodglans wordt door liet stampen gewoonlijk zeer fijn en verhindert daardoor de aanraking van goud en kwik;

b. gebruik van te troebel water; vooral waar geen overvloed van water voorhanden is heeft men veelal de gewoonte om het na het stampen alloopende water later weer te gebruiken: men moet het dan echter eerst goed laten bezinken, want is het te troebel dan wordt het goud door de fijne kleideeltjes omhuld en kan zich niet met het kwik verbinden;

Sluiten