Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

c. is men er zeker van dat a en b niet aanwezig zijn dan kan het verlies ook d&draan liggen dat te veel of te weinig water wordt toegevoerd, — dat de helling der uil- of inwendige amalgaamplaten te groot of te klein is, — dat de helling of de openingen der zeven moet veranderd worden, — dat er te fijn of niet fijn genoeg gestampt is, — dat de mortieren te nauw zijn, — dat te weinig kwik is bijgevoegd, enz. Zoo eenvoudig de amalgamatie dus lijkt, uit het voorafgaande kan men opmaken dat men in de praktijk op een groot aantal dingen moet letten en dal men zich voortdurend er van moet overtuigen of het ten slotte overblijvende product arm genoeg is aan edel metaal om te kunnen worden weggeworpen.

C&nceHtvcerinif. Alvorens verder te gaan wil ik het reeds in § 196 van deel I opgemerkte in herinnering brengen, dat het goud veel meer voorkomt in »pyrieten" (met welke algemeene uitdrukking dan bedoeld worden: gewone- of ijzerpyriet, koperpyriet (koperkies), mispickel en dergelijke zwavelmineralen) dan geheel vrij en dat, waar aan het uitgaande niet zelden alleen »vrij" goud wordt gevonden, dit naar de diepte toe vermindert en vervangen wordt door zoogenoemd «gebonden" goud (in pyrieten).

Nu kan de amalgameering alleen worden toegepast op vrij goud en dan nog slechts als het een zeer zuivere goed glanzende oppervlakte en een mooie geelachtig-roode kleur bezit; is bet dof of is de kleur meer vuilbruin, zoo is liet metaal bedekt door een huidje van een of andere stof, dat wel is waar zeer dun maar toch voldoende is om de aanraking van goud en kwik te verhinderen en dus amalgameering onmogelijk te maken. Men moet dan door scheikundige middelen (salpeterzuur, kaliumpermanganaat enz.) trachten die stof vooraf te verwijderen.

Zoodra dus (in de dieper liggende ganggedeelten) de hoeveelheid vrij goud in hel erts langzamerhand af-, daarentegen die der pyrieten toeneemt, zal de gewone amalgameering, ook met een tot de uiterste fijnheid doorgezette stamping, in den regel geen voldoend resultaat meer opleveren en zal men nog een andere methode moeten toepassen om het goud uit die pyrieten te verkrijgen. Deze laatste moeten daartoe eerst zoo volledig mogelijk worden afgescheiden uit de met water vermengde stoffen, die uil de stampbatterij wegvloeien. Men noemt die bewerking het concentreeren en de verkregen, voor het grootste gedeelte uit pyrieten bestaande producten: de concentraten.

In den aanvang der goudwinning liet men de troebele massa loopen door eenigszins hellende goten, waarvan de bodem met een soort ruw doek belegd

Sluiten