Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was (de zoogenoemde blankets); deze methode geeft echter onvoldoende uitkomsten en is thans zoo goed als geheel verlaten. Op vele plaatsen gebruikt men tegenwoordig eigenaardige werktuigen (Frue-vanners), die op hetzelfde beginsel berusten als de in § 267 genoemde stoothaarden en zetmachines; deze apparaten bestaan in hoofdzaak uit een een igszins hellend breed caoutchouk band zonder eind met opstaande randen, dat langzaam over rollen bewogen wordt en waartegen in een vrij snel tempo korte zijdelingsche stooten worden gegeven. De dunne pap wordt zoo gelijkmatig mogelijk in een 8 12 mM. dikke laag over het band voortdurend en automatisch uitgespreid en met wat water vermengd; door de stooten worden de lichtere (onnutte) stoffen opgeworpen en in beweging gehouden zoodat zij door het water worden medegesleept, terwijl de zwaardere pyrieten op den bodem blijven, zich aan het caoutchouk vasthechten en op de onderste helft van het band in een bak met zuiver water worden verzameld.

Deze Frue-vanners zijn niet alleen zeer teere werktuigen, die om goed te werken zeer zorgvuldig moeten worden gesteld en onderhouden, maar zij hebben uit het oogpunt van de verdere behandeling der pyrieten nog een ander bezwaar. Wij hebben in § 260 geleerd dat men, om een zuiver eindproduct te verkrijgen, klasseering en sorteering moet combineeren en wel voor het ertszand en ertsslik in dier voege dat de laatste voorafgaat; nu zijn echter de Frue-vanners echte klasseerwerktuigen, zoodat de sorteering wordt nagelaten. In den laatsten tijd volgt men meer den omgekeerden weg, n. 1. alleen te sorteeren door trechterapparaten (§ 266) en de klasseering achterwege te laten; dit is in ons geval mogelijk, omdat hel bij de verdere bewerkingen van het product (chlorineering of cyaneering) op den graad van zuiverheid minder aankomt, doch meer gewicht gelegd moet worden op een zekere mate van poreusheid, welke juist verkregen wordt door de groolere steendeelljes le laten bezinken Iegelijk met de kleinere erlsdeeltjes. Daarenboven zijn deze tiechterapparaten zeer eenvoudige werktuigen, die bijna geen onderhoud noodig hebben, zoodat zij dan ook de Frue-vanners hoe langer hoe meer verdringen.

B. dtlofineei'itlfi» Voor de behandeling met chloor zijn geschikt alle ertsen, die het goud in fijn verdeelden toestand bevatten, weinig of niet zilverhoudend en zooveel mogelijk vrij zijn van arsenik, antimoon en dergelijke metalen benevens van kalk en magnesia.

Deze voorwaarden zijn gegrond op de volgende eigenschappen: grof goud wordt veel te langzaam door chloor aangetast; zilver wordt tot chloorzilver dat niet in water oplosbaar is en het goud omhult zoodat dit laatste niet met

Sluiten