Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het chloor in aanraking kan komen; arsenik enz. benevens kalk en magnesia verbruiken zelf zóóveel chloor dat de kosten van het scheikundige proces te groot zouden worden. De aanwezigheid van arsenik en antimoon is echter alleen dan bepaald schadelijk indien de ertsen niet vooraf geroost worden, wat echter zelden voorkomt. Zeer geschikt is in het algemeen het chlorineeren voor de zoogenoemde weerbarstige ertsen, dat zijn zulke waaruit door het amalgameeren in het geheel geen goud kan gewonnen worden (b. v. de tellurische goudertsen). In den aanvang werden voornamelijk de concentraten der amalgameering met chloor behandeld; thans gebruikt men gewoonlijk hiervoor het cyaneeren wat het ertszand betreft, terwijl het nog fijnere ertsslik beter gechlorineerd wordt.

In verreweg de meeste gevallen gaat aan de chloor-behandeling een roostitlfj van het erts vooraf, nadat dit door steenbrekers en walsen op de gewenschte grootte is gebracht. Dit laatste heeft natuurlijk niet plaats met het pyriet-zand en -slik (zie boven). Die roosting geschiedt in lange ovens, dikwijls met meerdere verdiepingen en voorlschuifovens genoemd, omdat het erts het eerst achter in den oven komt en geleidelijk daarin naar voren wordt geschoven, zoodat de temperatuur, waaraan het erts wordt blootgesteld, van lieverlede hooger wordt. Die roosting dient om de zwavel, arsenik, antimoon en dergelijke vluchtige en min of meer schadelijke stoffen, te verwijderen: de pyriet valt daardoor tevens uit elkaar, waardoor het goud vrij wordt.

Het gerooste erts wordt nu tnel chlooi' behandeld en wel geschiedt dit öf door deze stof in afzonderlijke toestellen te maken en later door het erts heen te leiden (methode van Plattner), öf door het chloor in denzelfden bak te maken waarin het erts aanwezig is en die dus goed gesloten moet zijn en dan rondgedraaid wordt (methode van Thies). In beide gevallen wordt het goud veranderd in goudchloride, dit wordt met gewoon water in oplossing gebracht (uitgeloogd!) en daarin door toevoeging van ijzersulfaat, kopersulfaat, zwavelzuur, kool of een andere geschikte stof het metallieke goud neergeslagen eu verzameld.

De methode van Plattner is vooral geschikt voor kleine hoeveelheden erts, daar de installatiekosten betrekkelijk gering zijn en dus ook voor het nemen van proeven. Is het erts zilverhoudend in vrij sterke mate, zoo wordt tijdens de roosting eenig gewoon keukenzout (chloornatrium) bij het erts gevoegd, waardoor het zilver in chloorzilver wordt veranderd en dus bij de latere chloorbehandeling geen hinder meer veroorzaakt; intusschen heeft deze toevoeging altijd eenig goudverlies ten gevolge, dat zelfs tot 10% kan stijgen.

Bij de methode van Thies is dit onnoodig; hel zilver wordt in den bak

Sluiten