Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Is men nog niet in de gelegenheid geweest zulk een tabel samen te stellen zoo hange men den boog op ongeveer 0.4 van de lengte van den slag gerekend van af het hoogste punt.

Men kan de fout niet ontgaan door den boog aan het hoogste en het laagste punt te hangen en het gemiddelde te ueiuen; dit is altijd kleiner dan de werkelijke helling der lijn.

tl. Theodoliet.

§ 989. INRICHTING EN OPSTELLING. De vroeger beslaande gewoonte om bepaalde mijn theodolieten te maken was alleen een gevolg van de geringe afmetingen der galerijen; nu deze in den regel grooter genomen worden verschilt ook de theodoliet niet noemenswaard van de gewone en blijven daardoor ook onderzoek en regeling dezelfde. Alleen moet zij steeds als repetitielheodoliet zijn ingericht, omdat de repetitiemethode de eenige in de mijn gebruikelijke is, en is meestal de 2° as aan de beide zijden wat verlengd om aan den eenen kant een (dus excentrischen) kijker en aan den anderen kant een tegenwicht te kunnen opnemen. Deze stand van den kijker is noodig bij zeer steile hellingen, waar anders de cirkelraud het uitzicht zou belemmeren, en kan ook in andere gevallen nuttig zijn.

Sommige theodolieten worden direct met excentrischen kijker gemaakt, waardoor de hoogte van het instrument niet onbelangrijk verminderd en het doorslaan vergemakkelijkt wordt. De vertikale cirkelrand is dan aan de tegenovergestelde zijde aangebracht, terwijl in het midden dikwijls een boussole aanwezig is, ten einde het instrument gelijktijdig als zoodanig te kunnen gebruiken. Het melen van horizontale hoeken met zulk een excentrischen kijker verschilt niet van het gewone: men meet den hoek in beide standen van den kijker en neemt het gemiddelde. De te bezigen signalen moeten echter dubbel zijn en kunnen b. v. den vorm van fig. 285 hebben.

De opstelling van den theodoliet in de mijn is dikwijls eigenaardig en geschiedt behalve op den bekenden driepoot (die hier altijd met verlengbare beenen is ingericht) ook niet zelden op ijzeren armen die in de betimmering worden geschroefd, of op dwars door de galerij tussclien de zijwanden ingeklemde balken. De armen zijn in fig. 281 in twee aanzichten voorgesteld.

§ 988. CENTREERING. Het centreeren is verschillend naarmate de hoekpunten door in het dak aangebrachte ijzereren krammen op vaste wijze zijn kenbaar gemaakt, of tijdens de meting gekozen en niet verder aangegeven

Sluiten