Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gebezigd. Waar men uit ondervinding weet dat de dagelijksche veranderingen der declinatie vrij groot zijn, verdient het tevens aanbeveling het teekenen op ongeveer denzelfden tijd van den dag te verrichten waarbij de meting is uitgevoerd, en vooral niet te teekenen tijdens een onweer. Nog beter is het een op directe waarneming ter plaatse gegronde tabel aan te leggen voor die veranderingen van uur tot uur en deze waarden bij het teekenen in rekening te brengen. Is zulk een tabel niet aanwezig, zoo kan men ook gedurende den tijd der meting door een ander persoon die veranderingen laten waarnemen.

Het teekenlokaal mag geen ijzerwerk bevatten en de teekentafel niet aan trillingen onderhevig zijn. Om te onderzoeken of op het geheele vlak der tafel de boussole zonder bezwaar kan gebruikt worden trekt men daarop een of meer zoo lang mogelijke rechte lijnen in een willekeurige richting en enkele andere loodrecht op de eerste. Een der lange zijden der na te noemen koperen plaat langs een der evenwijdige lijnen verschoven wordende moet de boussole overal hetzelfde azimuth aanwijzen; daarenboven moet dit langs de andere daarmede evenwijdige lijnen niet veranderen en langs de lijnen loodrecht op de eerste juist 90° verschillen. Op deze wijze kan men gemakkelijk nagaan of wellicht een zeker gedeelte der tafel voor het gebruik ongeschikt is.

Voor het teekenen wordt de boussole bevestigd in een koperen ring die op een langwerpig vierkante koperen teekenplaat is bevestigd en waarin het instrument met behulp van een schroefje kan worden vastgezet. Daarenboven zijn op de plaat 2 knopjes p geschroefd ter betere handhaving.

In fig. 277 is deze toestel afgebeeld; aan den bovenrand van den ring is een fijn streepje aangebracht; valt het in de N-Z-richting aan den kompasring aanwezige teeken met dit streepje samen zoo moet de N-Z-lijn van de boussole evenwijdig loopen met de lange zijde der plaat.

Vóór het gebruik moet van die plaat onderzocht worden:

le. of de kanten rechte lijnen zijn; men trekt hiertoe langs één dier kanten een fijne lijn en legt de plaatkant daarna aan de andere zijde dier lijn, waarbij een volkomen dekking moet plaats vinden;

2e. of beide kanten evenwijdig zijn; dit kan door directe meting geschieden, of gemakkelijker door langs beide kanten fijne lijnen te trekken en het instrument dan om te leggen en weer tusschen die lijnen te brengen. Een plaat die niet aan de genoemde eigenschappen voldoet moet worden bijgeslepen.

§ 300. DE LIGGING VAN HET PAPIER TEN OPZICHTE DER BOUSSOLE. Bij het aanleggen eener geheel nieuwe mijukaart moeten allereerst de grootte

Sluiten