Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dien aard dat daarin de overeenkomstige étages tusschen dezelfde hoogten zijn gelegen zoo wordt voor de gelijkvormigheid dezelfde opvolging der kleuren gebezigd. Gewoonlijk worden de gewone galerijen met zwarte inkt getrokken, men kan ze echter ook in de étagekleur aangeven of b. v. de gedeelten ervan die in de afzetting zijn gelegen met kleur, en die builen de afzetting (in hangende of liggende) zijn gedreven met zwart; vooral bij gangmijnbouw kan dit van belang zijn.

De afgebouwde gedeelten eener afzetting verkrijgen een arceering in de étagekleur; worden op eenzelfde kaart meerdere étages of lagen voorgesteld die elkander overdekken zoo dient de richting dier arceering telkens een andere te zijn zoodat geen verwarring kan ontstaan.

Verder kunnen metselwerk, ijzeren bekleeding, houten verzekering, opvulling, deuren, dammen, luchtsluizen, ovens enz. op bepaalde wijze worden aangeduid, en moet men alleen zorgen dat de teekens hievoor over de geheele ontginning dezelfde blijven. Voor de richting van den luchtstroom gebruikt men algemeen een pijltje.

Alles wat niet tot het vlak der kaart behoort doch daarop alleen voor de veiligheid is aangegeven wordt niet getrokken, maar gestippeld, waarby men nog de zaken in het liggende der laag kan onderscheiden van die in het hangende b. v. door stipstreep- en streepstreeplijnen (zie o. a. fig. 272).

C. VOORBEELDEN VAN MIJNKAARTEN.

§ SOS. HET LEZEN DER KAAKT. Het lezen van een mijnkaart, m. a. w. het opmaken daaruit van de gevolgde ontginningsmethode en hare détails, benevens van de eigenschappen der afzetting zelve, is niet altijd even gemakkelijk en vereischt behalve een zekere oefening en ondervinding ook in de eerste plaats een voldoende kennis van de verschillende wijzen van afbouw. Hoe onregelmatiger de afzetting, hoe samengestelder in den regel de mijnkaart.

Waar het principe eener ontginning in teekening wordt voorgesteld, zooals in de figuren op de platen II—V denkt men zich een vlak door de Jaag, en dus wordt de teekening een vlakke projectie, (§ 304). De eigenlijke mijnkaart is echter gewoonlijk een horizontale projectie, waarin o. a. de hellende galerijen nooit de ware lengte hebben en korter worden naarmate de helling der afzetting vermeerdert, terwijl veranderingen in de richting der laag duidelijk worden door kronkelingen in de richtingsgalerijen: deze laatste zullen dus slechts zelden een rechtlijnig beloop hebben. Buigingen der laag volgens de helling, die eveneens zeer veel voorkomen, zijn dus niet te zien uit kronke-

Sluiten