Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

cliché, zie chien.

cli/f, clift, schieferlaag, die geschramd wordt.

clinoniètre, graadboog.

clivage, zie cleat.

clog, vangstuk bij den afbouw (bovenaan).

cloison, putscheider.

coal-cuttiug engine, afbouw- of schramraachine.

coal measures, de geologische formatie, waarin de coal seams (beds) = lagen, aanwezig zijn.

coal-sheds, zeer dunne, niet aftebouwen, koollaagjes.

cob, handscheiding.

coffering, het volledig bekleeden van een galerij of put met hout of metselwerk. cog, zie chock.

collar, kap.

collier, mijnwerker; colliery, het mijnétablissement in zijn geheel, zoo onder

als boven den grond.

column, stijgbuis.

compensatie, van de stijgbuis. 229. Compensation (ook in E en F). compound ventilation; verdeeling van den luchtstroom.

concasseur, steenbreker; concassage, verbrijzeling door steenbrekers, conducteur, conductor, geleider.

contre-fiche, schoor.

conveyance (underground —), afvoer in de mijn.

corde, kabel (zie aldaar).

cordeau, meetband.

costière, coslresse, strijkende galerij.

coups de belier, stooten van het water in de pomp.

coup de feu, ontploffing.

coup de miue, schot.

coupures, kerven bij den afbouw.

couronne, kroon.

courroie, sorteerband.

couverture, cover, dekgebergte.

cradle, wieg bij het goudwasschen; dumping-cradle, draaistel.

creep (to), het opblazen van dak of zool tusschen de pijlers.

creuser, le creusement, afdiepen v. e put; drijven v. e. galerij.

criblage, het zetten; crible, zetmachine.

cric, haak voor het rooven der stutten.

Sluiten