Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de heftigheid der smart niet weinig vermeerderd. God wil niet dat hij terstond het slachten zijns zoons volvoert, maar dwingt hem drie dagen lang dien moordaanslag in het hart om te dragen, opdat hij door zich voor te bereiden tot het slachten zijns zoons, zijn gevoel des te zwaarder zou kruisigen. Bovendien noemt Hij ook de plaats niet, waar Hij dit wreede offer

wilde gebracht hebben.

Op een der bergen dien ik u wijzen zal, zegt Hij. Zoo hield de Heere zijn geest ook vroeger in twijfel, toen Hij hem beval uit zijn vaderland op te trekken. In deze zaak echter was uitstel veel minder te verdragen, daar het den heiligen man als 't ware op de pijnbank legde en op het wreedst kwelde. Het nut van dit uitstel nu was tweeledig. Niets toch is voor ons gevaarlijker dan boven de mate wijs te zijn. Opdat dus God ons leerzaam en gedwee zou vinden, is het nuttig, dat wij van eigen overleg verstoken worden en er niets overblijft dan dat wij ons aan de leiding van Zijnen wil overgeven. Inde tweede plaats strekte dit tot volharding, opdat hij niet maar door eene plotselinge opwelling zich aan God gehoorzaam zou betoonen. Want daaruit, dat hij niet nadenkt over zijnen weg, noch plannen beraamt, blijkt duidelijk, dat zijne bereidwilligheid door zulk eene standvastigheid is gestijfd geweest, dat ze door geene veiandering werd bewogen. Het land Moria verklaart Hieronymus als het land der verschijning, alsof de naam was afgeleid van het woord HiNn (raah). Doch dit gevoelen wordt door alle Hebreeuwsche taalkenners afgekeurd. Evemin bevalt mij de vertaling van enkelen, die lezen „de mirre Gods '. Dit toch is het aangenomen gevoelen van de meesten, dat de naam is afgeleid van het werkwoord PIT (jarah) dat „leeren" of van NT (jara) dat vreezen beteekent. Overigens verschillen de uitleggers, daar enkelen meenen, dat eene onderwijzing in dit woord wordt gelegd. Laten wij echter ons houden aan hetgeen t meest waarschijnlijk is, dat het land zoo wordt genoemd naar den dienst van God, hetzij, omdat God het had uitgekozen voor het volbrengen der offerande, opdat Abraham niet zou inbrengen, of 't niet ergens elders kon, hetzij, omdat reeds daar de plaats was bestemd voor den Tempel. Dit laatste nu neem ik gaarne aan, dat God daar dezen dienst van Zijnen knecht Abraham verlangt, omdat Hij reeds met Zijn verborgen raad had besloten, op die plaats Zijnen geregelden dienst te vestigen. Met recht nu

Sluiten