Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

47. En ik ondervroeg haar en zeide: Wiens dochter zijt gij ? En zij zeide: De dochter van Bethuel, den zoon van Nachor, dien hem Milka heeft gebaard. Toen heb ik den ring aan haren neus gedaan, en de ringen aan hare handen,

48. En ik boog mij en bukte mij neder voor Jehovah, en ik heb den Heere, den God van mijnen heer Abraham, gezegend, omdat Hij mij geleid heeft langs den weg van waarheid [of goede trouw] opdat ik de dochter van den broeder mijns heeren voor zijnen zoon zou nemen.

49. En zoo gij nu weldadigheid en trouw bewijst aan mijnen heer, geef het mij te kennen, en zoo niet, geef het mij ook te kennen, en ik zal mij ter rechter- of

ter linkerzijde wenden."

50 Laban nu en Bethuel antwoordden hem en zeiden . Van den Heere is deze zaak gekomen, wij kunnen tot u kwaad noch goed spreken.

51 Ziè, Ribca is voor uw aangezicht, neem haar, ga heen en zij zij de vrouw van den zoon uws heeren, gelijk de Heere heeft gesproken.

52. En het geschiedde, toen de knecht van Abraham hunne woorden hoorde, dat hij zich nederboog ter aarde

voor den Heere.

53. En de knecht bracht voort, zilveren kannen, en gouden, en kleederen, en gaf ze aan Ribca, en hij gaf kostbare dingen aan haren broeder en hare moeder.

54. En zij aten en dronken, hij en de mannen, die bij hem waren, en zij overnachtten, en stonden vroeg op, en hij zeide : „Laat mij nu gaan, opdat ik wederkeere

tot mijnen heer."

55. En haar broeder en hare moeder zeiden: „Laat de jonge dochter eenige dagen bij ons blijven, of tien dagen, daarna zult gij gaan [of zal zij gaan].

56. En hij zeide tot hen: Houdt mij niet op, daar de Heere mijnen weg voorspoedig heeft gemaakt, laat mij gaan, en ik zal tot mijnen heer gaan.

57. En zij zeiden: „Laten wij de jonge dochter roepen, en haren mond ondervragen."

58. En zij riepen Ribca, en zeiden tot haar: „Zult gij ook met dezen man gaan?" En zij zeide: „Ik zal gaan."

Sluiten