Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

59. En zij lieten Ribca, hunne zuster, gaan, en hare voedster, en den knecht van Abraham en zijne mannen.

60. En zij zegenden Ribca en zeiden tot haar, gij zijt onze zuster, wordt tot duizendmaal tienduizenden, en uw zaad beërve de poort zijner hateren.

61. En Ribca maakte zich op, en hare jongedochteren, en zij bestegen kemelen, en volgden den man na, en de knecht nam Ribca en toog heen.

62. Izaak nu kwam langs den weg, waarlangs men komt van den put des Levenden, die naar mij omzag, en hij woonde in het zuiderland.

68. En Izaak was uitgegaan, om te bidden in het veld, toen de avond viel, en hij hief zijne oogen op en zag, en zie, kemelen kwamen.

64. Toen hief Ribca hare oogen op, en zag Izaak en liet zich van den kemel afglijden.

65. Zij nu had tot den knecht gezegd : „Wie is die man die door het land ons tegemoet wandelt ?" En de knecht zeide: „Dat is mijn heer," en zij nam een sluier en bedekte zich.

66. En de knecht vertelde aan Izaak alles wat hij gedaan had.

67. En Izaak bracht haar in de tent van Sarah zijne moeder, en nam Ribca, en zij werd hem ter vrouw, en hij beminde haar, en Izaak werd getroost na den dood zijner moeder.

1. En Abraham was een grijsaard. Mozes gaat over tot het verhalen van Izaaks' huwelijk, n.1. dat Abraham, toen hij zag, dat hij door ouderdom was uitgeput, zorgde voor zijn zoon, dat deze geene vrouw huwde uit het land Kanaan. Immers Mozes verklaart hier nadrukkelijk, dat Abraham een grijsaard is geweest, opdat wij zouden weten, dat hij door zijnen hoogen leeftijd is aangezet tot het zoeken eener vrouw voor zijnen zoon. Want de ouderdom, die meestal niet ver van den dood af staat, moet er ons toe leiden, om den toestand van ons huisgezin te regelen, opdat als wij dood zijn een goede vrede onder de nakomelingen bewaard blijve, en de vreeze des Heeren en de ordelijke inrichting van kracht blijven. Wel was Abrahams

Sluiten