Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lingen ontkomen, bedenkt hij dat deze door schaamtegevoel en vrees vor>r aanstoot kunnen overwonnen worden. Deze en dergelijke gevaren wilde de heilige man voorkomen, toen hij door het eischen van een eed de trouw van zijnen knecht aan banden legde; ook kan het zijn, dat hem de eene of andere verborgene

noodzakelijkheid hiertoe drong.

3. Dat gij geene vrouiv zult nemen. Hieruit blijkt, hoedanige tucht er heerschte in het huis van Abraham. Hoewel deze knecht was, verhinderde echter, dewijl hij door den huisvader was aangesteld, zijn staat hem niet, om de tweede macht in huis te zijn, zoodat ook zelfs Izaak, de erfgenaam en opvolger, zich onderwierp aan zijn gezag. Zooveel kracht had de eerbied voor Abraham, dat hij, een knecht in zijne plaats stellende, door zijn wenk of woord alleen voor hem het recht verkreeg, dat andere huisvaders ijverig voor zich zoeken te behouden. Ook wordt hier Izaaks bescheidenheid gezien, dat hij zich door een knecht liet regeeren; want tevergeefs zou Abraham met zijn knecht eene overeenkomst gesloten hebben, zoo hij niet overtuigd was geweest, dat zijn zoon gehoorzaam en volgzaam zou wezen. Het blijkt dus, hoe eerbiedig hij zijn vader heeft geƫerd, omdat deze hier vertrouwende op zijne gehoorzaamheid, gerust den knecht tot zich roept. Nu moet dit voorbeeld ons tot een algemeene regel zijn, dat het aan zonen niet vrij staat een huwelijk te sluiten, dan met toestemming der ouders. Dit ten minste schrijft ook het recht der natuur voor, dat in zulk eene belangrijke zaak kinderen van hunne ouders afhankelijk zijn. Daarom is de onbeschaamdheid van den paus des te afschuwelijker, dat hij het heeft durven wagen dezen band te verbreken. Daarom moet de vrijheid der jonge lieden beteugeld worden, dat ze niet zonder hunne vaders te raadplegen, lichtzinnig overgaan tot een huwelijk.

4. Maar tot mijn land en maagschap. In het kiezen eener plaats schijnt Abraham deze overweging gevolgd te zijn, dat eene vrouw voor zijn zoon het liefst zou komen, als ze een verwant of een landsman kon huwen. Omdat echter later volgt, dat de knecht gekomen is te Padan-Aram, besluiten enkelen hieruit, dat Mesopotamiƫ Abrahams vaderland is geweest, doch deze moeilijkheid had gemakkelijk opgelost kunnen worden. Wij weten, dat Mesopotamie niet slechts die streek is geweest, die door Tigris en Eufraat werd ingesloten, maar dat dit

Sluiten