Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

huwt. Dit was ten minste in strijd met zijne waardigheid. Bovendien zegt Paulus, [Rom. 4 vs. 19] als hij zijn geloof roemt, dat niet alleen Sarah's baarmoeder was toegesloten, toen Izaak zou verwekt worden, maar dat ook het lichaam zijns vaders verstorven is geweest. Het was dus eene belachelijke daad van Abraham, dat hij na weduwnaar geweest te zijn, als een meer dan stokoud grijsaard nog huwde. Voorts is er verschil met Paulus' woorden, dat hij op zijn honderdste jaar verstorven, en onmachtig om zaad te verwekken, veertig jaren later verscheidene zonen verwekte. Om deze ongerijmdheid te ontgaan, houden velen Ketura voor dezelfde als Hagar. Doch hun verzinsel wordt terstond weerlegd door het vervolg, waar Mozes zegt, dat Abraham geschenken heeft gegeven aan de zonen zijner bijwijven. Ook kan uit 1 Chronieken 1 : 32 hetzelfde duidelijk opgemaakt worden. Anderen gissen, dat Abraham nog bij Sarah's leven zich eene andere vrouw heeft genomen. Schoon dit eene ernstige berisping verdient, is het toch wel vereenigbaar met het geloof: wij weten dat dit iets gewoons is, dat de menschen door al te toegefelijke vrijheid driest worden. Zoo heeft Abraham misschien, nu hij eenmaal de wet des huwelijks had overtreden, na de verwijdering van Hagar geen einde gemaakt aan de veelwijverij. Bovendien is het waarschijnlijk, dat door de scheiding van Hagar, waartoe Sarah hem dwong, zijn gemoed is gewond. Dit wasvoor den heiligen Patriarch wel schandelijk of althans minder passend.

Doch van alle gissingen is er geene, die mij meer waarschijnlijk voorkomt. Zoo wij deze aannemen, is het verhaal op eene vreemde plaats ingevlochten, gelijk Mozes meermalen gewoon is dingen, die in tijdsorde voorafgaan, voor een andere volgorde weg te laten. En dat deze reden niet verkeerd is, wijst de zaak zelve uit, n.1. dat in deze geschiedenis het eerst gebeurde het laatst wordt verhaald. Sarah was boven haar negentigste jaar, toen zij Izaak haren zoon baarde, en zij is gestorven in het honderd zeven en twintigste jaar van haar leven, en Izaak huwde op zijn veertigste jaar. Dus bijna vier jaren verliepen tusschen den dood zijner moeder en zijn huwelijk. Als nu Abraham huwde, hoe kwam het dan in hem op, daar hij reeds tal van jaren aan den weduwnaarsstaat was gewend ? Men mag dus vermoeden, dat Mozes, als hij in het beschrijven van Abrahams leven tot het laatste feit gekomen is, thans invoegt, wat hij had weggelaten. De moeilijkheid is echter nog niet opge-

Sluiten