Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

steunde, opdat hij niet zou omkomen te midden van de zwaarste stormen, vele bittere smarten, kwellende zorgen, kortom eene onmetelijke opeenhooping van kwalen, moeten ook wij leeren, ons nooit moede te worden, op dezen steunpilaar ons te verlaten, dat de Heere ons een gelukkig levenseinde heeft beloofd, en wel veel duidelijker dan onzen vader Abraham.

8. En Abraham gaf den geest. Zij, die meenen, dat met deze toevoeging een plotselinge dood wordt aangeduid, vergissen zich; hij'werd'door eene kortstondige ziekte als het ware gesloopt, doch blies den adem uit zonder smart. Veeleer bedoelt Mozes, dat de vader der geloovigen geene uitzondering heeft gemaakt op het lot van allen, opdat onze harten niet zouden treuren, dat onze uitwendige mensch verdorven wordt, maar wij zouden denken aan die vernieuwing, die verborgen is in de toekomst en met een kalm gemoed dezen bouwvalligen tabernakel zouden laten wankelen. Er bestaat dus geen reden, waarom ons zwak en kwijnend lichaam, onze doffe oogen, onze bevende handen, het verval van alle onze ledematen ons den moed zou ontnemen, om op het voorbeeld van onzen vader blijde en opgeruimd den dood tegen te gaan. Maar ofschoon Abraham dit met het menschelijk geslacht gemeen had, n. 1. dat hij door ouderdom verzwakte en eindelijk bezweek, stelt Mozes een weinig verder, wat de manier van sterven betreft, dit onderscheid tusschen hem en de gemengde schare van menschen, dat hij gestorven is in goeden ouderdom en des levens zat. Dit goede schijnen meestal ongeloovigen te bezitten, ja David klaagt dat zij als het ware in dit voorrecht uitmunten, en in het boek Job vindt men eene gelijke klacht, dat zij voorspoedig hun levenstijd volbrengen, totdat zij op een oogenblik in het graf dalen. Doch men herinnere zich, wat ik vroeger heb gezegd, dat het voornaamste deel van een goeden ouderdom bestaat in een goed geweten, in een oprecht en rustig gemoed. Daaruit volgt, dat alleen aan ware dienaren der gerechtigheid ten deel valt, wat God aan Abraham belooft. Immers, even waar als vernuftig zegt Plato, dat goede hoop verpleger is van oude lieden, en dat daarom grijsaards met een slecht geweten jammerlijk gekweld worden en van binnen verscheurd worden als door eene onophoudelijke foltering. Doch tevens moet er bijgevoegd worden, dat Plato ontkende, dat de vroomheid ons dit aanbracht, dat een goede ouderdom ons tot aan het graf vergezelde, want het geloof houdt onzen geest

Sluiten