Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

willigheid en eer, waarmee Hij zijn knecht Abraham verwaardigde, daar Hij ook in bijkomstige weldaden zoo welwillend en vrijgevig met hem handelde. Want terecht wordt als bijkomstig beschouwd, wat hem boven het geestelijk verbond is toegevoegd. Daarom, nadat hij de streken heeft genoemd waarheen Ismaëls nakomelingschap werd verstrooid, verzwijgt Mozes voorts dat geheele volk, opdat de vaste voortduur slechts binnen de Kerk zou blijven, volgens het bekende woord van Psalm 102 vs. 29: „De kinderen Uwer zonen zullen wonen". Bovendien toont Mozes als met den vinger Gods wonderlijk beleid aan, dat Hij door aan Ismaëls zonen eene streek, afgescheiden van het land Kanaan, toe te wijzen, niet alleen voor Izaak zorgde in de toekomst, maar ook voor zijne zonen een erfenis openhield.

18. Voor het aangezicht van al zijne broederen woonde hij. Het grootste deel der uitleggers verstaan dit van zijn dood, alsof Mozes had gezegd, dat Ismaëls leven korter is geweest dan dat van zijne broederen, die hem lang overleefden.

Doch omdat het woord SaJ (naphal) slaat op een gewelddadigen dood, en Mozes getuigt, dat Ismaël zijnen natuurlijken dood is gestorven, kan die uitlegging niet worden goedgekeurd. De Chaldeeuwsche kantteekenaar verstaat hieronder het woord lot, en kiest dezen zin, dat hem het lot is ten deel gevallen, dat hij niet ver van zijne broederen woonde. Hoewel ik wat de zaak betreft niet veel daarvan verschil, meen ik toch, dat de woorden niet zoo moeten verdraaid worden. Het woord ^33 (naphal) beteekent soms liggen, of rusten en wonen. De eenvoudige zin van Mozes verhaal is dus, dat aan Ismaël eene woonplaats is gegeven recht tegenover zijne broederen, opdat hij wel nabij hen zou zijn, maar toch zijn afzonderlijk gebied zou hebben. Want ik twijfel er niet aan, of hij heeft teruggezien op de Godspraak, die wij in het zestiende hoofdstuk hebben gevonden, waar onder anderen de Engel zeide tot zijne moeder Hagar: „Hij zal blijven, of hij zal zijne tent plaatsen voor het aangezicht zijner broederen". Dit wordt van Ismaël gezegd en niet van de anderen, omdat deze verhuisd zijn naar het Oosten. Maar Ismaël vormt een eigen volk, afgescheiden van de kinderen Abrahams, met een eigen woonplaats in hunne nabijheid. Intusschen is ook Gods beleid opmerkelijk, dat Ismaël, schoon hij dicht bij zijne broederen woonde, toch in zijne woonplaats werd teruggehouden, zoodat hij niet

Sluiten