Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sterren des hemels, en ik zal uw zaad geven al die landen, en in uw zaad zullen alle volken der aarde gezegend worden.

5. Ook omdat Abraham mijne stem heeft gehoorzaamd, en mijne wacht heeft waargenomen, mijne voorschriften, mijne instellingen en mijne wetten.

6. En Izaak woonde te Gerar.

7. En de inwoners des lands ondervroegen hem naar zijne vrouw, en hij zeide : Zij is mijne zuster ; want hij vreesde te zeggen: Zij is mijne vrouw; opdat niet misschien de inwoners des lands hem zouden dooden om RiDca, want zij was schoon van aanzien.

8. Maar het geschiedde, toen hem daar de dagen verlengd werden, dat Abimelech, de koning der Filistijnen door het venster keek en zag, en zie, Izaak speelde met Fibca zijne vrouw.

9. Toen riep Abimelech Izaak en zeide: „Voorwaar, zie, zij is uwe vrouw, en hoe hebt gij dan gezegd : Zij is mijne zuster ? En Izaak zeide tot hem : Omdat ik zeide, dat ik niet misschien om harentwille sterve.

10. En Abimelech zeide : Wat hebt gij ons gedaan ? Het scheelde weinig of één uit het volk had bij uwe vrouw geslapen, en over ons kwaad doen komen.

11. Derhalve gebood Abimelech aan al het volk zeggende : Wie dezen man en zijne vrouw aanraakt, zal zekerlijk sterven.

12. En Izaak zaaide in dat land en vond in dat jaar honderd maten, en de Heere zegende hem.

18. En de man nam toe, en ging voort met toenemen, totdat hij zeer groot was geworden.

14. En zijn bezit in vee was talrijk, ook zijn bezit van koeien en zijn oogst was groot, en de Filistijnen benijdden hem.

15. Daarom hebben de Filistijnen alle putten die de knechten van zijnen vader in de dagen van Abraham, zijnen vader, gegraven hadden, toegestopt, en ze met aarde gevuld.

16. En Abimelech zeide tot Izaak: Ga van ons weg, want gij zijt veel sterker dan wij.

Sluiten