Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoo rijken met eenige onrust gekweld worden, moeten zij verstaan, dat zij door den Heere worden wakker geschud, opdat ze niet door hunne weelderigheid zouden insluimeren; maar armen mogen dezen troost bezitten, dat armoede ook weer niet zonder voordeelen is. Want het is geen gemeen goed, zonder afgunst, onrust en twist te leven. Werpt iemand tegen, dat dit niet onder genade kan worden gerekend, dat, toen God Izaaks vermogen verdubbelde, Hij hem blootstelde aan afgunst, twist en vele verwarringen, dan ligt de oplossing voor de hand, n 1. dat alle moeiten, waardoor God de zijnen oefent, geen beletsel zijn, om bij alle weldaden, die God schenkt, het genot zijner vaderlijke liefde te behouden. Kortom aldus matigt Hij de gunst, die Hij in deze wereld aan zijne kinderen laat blijken, opdat Hij hen in dien tusschentijd door scherpe prikkelen zou aanzetten tot het bedenken van een hemelsch leven. Overigens was het geene lichte beproeving dat het water, dat aan alle wilde dieren zelfs gemeen is, aan den heiligen aartsvader is geweigerd. Hoe veel meer past het ons dan middelmatig onrecht kalm te verdragen. Bijaldien wij soms opbruisen over onwaardige beleedigingen, moet ons in de gedachten komen, dat met ons nog niet zoo vreeselijk gehandeld wordt als met den heiligen Izaak, die gedwongen is, om strijd te voeren over water. Voeg hierbij dat het water hem maar niet eenvoudig is ontnomen, maar dat de putten zijn toegestopt, die Abraham voor zich en zijne nakomelingen had gegraven, 't Was dus de uiterste wreedheid, eenen gast niet slechts allen dienst te ontzeggen, maar ook hem te ontrooven, wat hij door den arbeid zijns vaders had verkregen, en wat hij bezat zonder dat iemand er eenigen last van had.

16. Ook zeide Abimelech. Het is onzeker of Izaak uit eigen beweging is weggegaan uit het gebied van den koning van Gerar, dan of hij hem bevolen heeft, om zich naar elders te begeven, wijl hij zag, dat hij bij zijn volk gehaat was. Want ook op die wijze kon hij als vriend voor hem zorg dragen. Toch is het waarschijnlijk, dat zijn gemoed van Izaak afkeerig is geworden. Immers tegen het einde van dit hoofdstuk verhaalt Mozes, dat de heilige man ook over hem, gelijk over de anderen, verdrietig heeft geklaagd. Doch omdat wij over zijn inborst niets met zekerheid kunnen zeggen, is het voldoende vast te houden, wat meer gewicht heeft, dat het n. 1. door

Sluiten