Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zaamt hem de vangst van de jacht brengt, en van den met moeite verworven buit spijze kookt voor Zijnen vader, en niets zegt dat onwaar is ; kortom, men zal niets in hem vinden of 't is lofwaardig. Doch Jacob gaat het huis niet uit, maar stelt een bokje in de plaats van wildbraad, dringt zich in door tal van leugens, brengt niets aan, dat hen met recht eenigzms aanbeveelt en verdient in vele zaken berisping. Men moet dus noodzakelijk toestemmen, dat de oorzaak van de uitkomst met afhangt van de werken, maar verborgen lag in Gods eeuwigen raad.

Toch wordt Ezau's wraak niet goedgekeurd, want zij, die zich niet laten leiden door Gods geest, kunnen niets met een kalm gemoed dragen. Alleen dit moet vast blijven, dat wijl beider staat gelijk was, het stellen van den een boven den ander, niet voortvloeit uit het uitmunten door eigen verdienste,

maar uit 's Heeren genadige verkiezing.

33. hn Izaak verschrikte. Hier blinkt weer het geloof uit, dat in het gemoed van den heiligen man onderdrukt was, want het begint op nieuw op te flikkeren. Het is toch niet twijfelachtig, of de vrees ontstaat hier uit het geloof. Bovendien wordt 'door Mozes geen gewone vrees vermeld, maar eene zoodanige, die den heiligen man geheel verschrikt maakt. Want daar hij zich goed bewust was van zijne roeping, en daarom overtuigd dat hem van Godswege de taak was opgedragen, een erfgenaam te benoemen, om het verbond des eeuwigen levens hem toe te vertrouwen, schrikt hij op het bemerken zijner dwaling, dat God hem in zulk een groote en gewichtige zaak heeft laten dwalen. Want als hij bedacht had, dat God de Bestuurder dezer zaak geweest was, wat verhinderde hem dan zijne onkunde te verbergen, en ook in toorn te ontbranden tegen Jacob, die met bedrog en slechte listen hem was genaderd ? Verbijsterd van schaamte over zijne dwaling, bemerkt hij echter tevens, dat de uitgesproken zegen vast was, en ik twijfel er niet aan, of hij begon toen levendig zich de Godspraak te herinneren, waarop hij minder gelet had. Ln daarom is het geen eerzucht, die den heiligen man aanspoort, om zoo standvastig bij zijn eenmaal gesproken woord te blijven, gelijk onbuigzame menschen gewoonlijk tot het uiterste vo houden wat ze eenmaal, hoe dwaas ook hebben ondernomen maar het was de stem van zijn zeldzaam en uitnemend geloof, die zoo sprak. Dien ik gezegend heb, zal gezegend zijn, daar-

Sluiten