Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat de Profeet vergelijkenderwijs spreekt, en Idumaea met recht een woestijn noemt, in vergelijking met het land Kanaan, dat veel vruchtbaarder was, hetzij dat hij het oog heeft op den tijd zijns levens. Want schoon de woestheid van beider land vreeselijk was, had toch het land Kanaan korten tijd reeds gebloeid, toen het gebied van Edom nog als het ware tot eeuwige onvruchtbaarheid was veroordeeld, en aan de draken was prijs gegeven. Schoon God dus met het oog op zijn volk Ezau wegzond naar de eenzame bergen, gaf Hij hem toch een land, vruchtbaar genoeg, om te toonen, dat de belofte volstrekt niet ijdel was. Want die bergachtige streek had niet alleen zijne eigene vruchtbaarheid, maar werd ook door den dauw des hemels gedrenkt, om levensonderhoud aan zijne bewoners te verschaffen.

40. En van uw zwaard zult gij leven en uwen broeder zult gij dienen. Men merke op, dat hier iets voorspeld wordt, dat nooit in Ezau's persoon is vervuld, en dit daarom eene profetie is van nog ververwijderde dingen. Want zoo weinig kreeg Jacob eenige heerschappij over zijnen broeder, dat hij bij zijn terugkeer uit Padan-Aram, als smeekeling hem de verschuldigde eer heeft bewezen. Ook wordt het afwerpen van het juk, waarvan Izaak hier spreekt, langen tijd uitgesteld. Izaak bedoelt dus in hoedanigen staat Ezau's nakomelingen zouden blijven. Nu zegt hij eerst, dat zij van hun zwaard zouden leven ; dit woord is voor tweeërlei uitlegging vatbaar, het zij dat ze van vijanden omringd een krijgshaftig en onrustig leven zouden leiden, het zij dat ze vrij en zelfstandig zouden leven. Want het zwaard heeft geen recht als men geene vrijheid bezit. Nu schijnt eerstgenoemde opvatting het best te passen, dat God Zijne belofte beperkt, opdat Ezau zich niet te hoog zou verheffen, want niets is begeerlijker dan vrede. Wel wordt ook het heilige volk voorspeld, dat het altoos eenige vijanden zou hebben, die het zouden beoorloogen ; doch dit is heel iets anders, dan van zijn zwaard te leven, hetgeen zooveel beteekent, alsof Hij had gezegd, dat Ezau's kinderen op de wijze van roovers hun buit meer door wapenen en geweld dan door wettig recht zouden bezitten. De tweede beperking is, dat hij, al was hij met het zwaard gewapend, toch de onderwerping aan zijn broeder niet zou ontkomen. Immers de Idumaeërs zijn eindelijk schatplichtig geworden aan het uitverkoren volk. doch het was

Sluiten