Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aarde kan reiken. Hij is het ook, door wien de volheid van alle hemelsche goederen van boven op ons neerdaalt, en door wien wij van onzen kant tot God opklimmen.

Daar Hij het Hoofd is der Engelen, is Hij het ook, die gemaakt heeft, dat zij zijne leden, die op aarde zijn, zouden dienen.

Derhalve komt, gelijk wij lezen Joh. 1:5, Hem in den eigenlijken zin die ,eer toe, dat na Zijne openbaring in de wereld de Engelen opklimmen en nederdalen op Hem.

Als wij dus zeggen, dat de ladder het beeld is van Christus, dan heeft deze verklaring niets gedrongens. Want de de gelijkenis van een ladder past zeer wel bij den Middelaar, door wien, met behulp van de Engelen, gerechtigheid en leven, en alle genadegaven van den Heiligen Geest, trapsgewijze tot ons afdalen. Ook wij, die niet slechts aan de aarde gebonden waren, maar in den afgrond der vervloeking en in de hel zelve waren neergedaald, klimmen door Hem op tot God.

Op den ladder nu zit de God der legerscharen, want in Christus woont de volheid der godheid, en daarvandaan komt het ook, dat hij tot aan den hemel reikt. Want schoon ook aan Zijne menschelijke natuur door den vader alle macht is gegeven, zou Hij toch niet waarlijk de steun van ons geloof kunnen zijn, zoo Hij niet was, God geopenbaard in het vleesch. Het is geen hinderpaal hiervoor, dat Christus' lichaam begrensd is, zoodat Hij hemel en aarde in het geheel niet zou kunnen vervullen, want Zijne genade en goedheid is overal verspreid.

Daarom klom Hij ook volgens het getuigenis van Paulus ten hemel op, opdat Hij alles zou vervullen. Zij, die het bijwoord al vertalen door „bijna", bederven den geheelen zin. Mozes wilde uitdrukken, dat de volheid der Godheid woonde in den persoon des Middelaars. Nu kwam Christus niet maar tot ons, maar Hij nam onze natuur aan, opdat Hij ons één met zich zou maken.

Dat nu de ladder het symbool was van Christus, wordt ook door deze reden nog nader bevestigd, dat niets hier beter paste, dan dat God het Verbond des eeuwigen levens in Zijnen Zoon aan Zijnen knecht Jacob bevestigde. En hieruit putten wij een onschatbare blijdschap, dat wij hooren, dat Christus uitmunt boven alle schepselen en toch Zich met ons heeft vereenigd. Wel moet Gods Majesteit, die zich hier vertoont, ons II 9

Sluiten