Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

20. Derhalve diende Jacob om Rachel zeven jaren, en zij waren in zijne oogen gelijk enkele dagen, wijl hij haar beminde.

21. Daarna zeide Jacob tot Laban : Geef mij mijne vrouw, want mijne dagen zijn vervuld, en ik zal tot haar ingaan.

22. En Laban verzamelde alle mannen dier plaats en maakte een gastmaal.

23. Het geschiedde nu des avonds, dat hij Leah zijne dochter nam en haar tot hem bracht, en hij ging tothaar in.

24. En Laban gaf hem Zilpat, zijne dienstmaagd, de dienstmaagd van Leah, zijne dochter.

25. En het geschiedde des morgens, en zie het was Leah, en hij zeide tot Laban: Wat is dit, dat gij mij gedaan hebt ? Heb ik u niet om Rachel gediend ? Waarom hebt gij mij dan bedrogen ?

26. Toen zeide Laban: Het geschiedt alzoo niet te dezer plaatste, dat de jongste voor de eerstgeborene wordt gegeven.

27. Vervul de week van deze en wij zullen u ook deze geven voor den dienst, dien gij mij nog zeven andere jaren zult bewijzen.

28. Jacob nu deed alzoo, en vervulde de week van deze, en hij gaf hem Rachel zijne dochter ter vrouwe.

29. En Laban gaf aan Rachel, zijn dochter, Bilha hare dienstmaagd tot eene dienstmaagd.

30. En hij is ook tot Rachel ingegaan, en hij beminde Rachel nog meer dan Leah, en hij diende hem nog zeven andere jaren.

31. De Heere nu zag, dat Leah gehaat was, daarom opende Hij hare baarmoeder, maar Rachel was onvruchtbaar.

32. En Leah ontving, en baarde een zoon en noemde zijn naam Ruben, want zij zeide: De Heere toch heeft gezien naar mijne verdrukking. Want nu zal mijn man mij liefhebben.

33. En zij ontving nogmaals en baarde een zoon, en zeide : Omdat de Heere hoorde, dat ik gehaat was, gaf Hij mij ook deze. En zij noemde zijn naam Simeon.

Sluiten