Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

38. En hij plaatste stokken, die hij had geschild, in de stroomen en de watergoten (tot welke het vee kwam om te drinken) tegenover het vee, opdat zij zouden paren, als zij kwamen om te drinken.

39. En het vee paarde bij de stokken, het vee wierp lammeren met duidelijke streepen, en met kleine vlekken, en die met groote vlekken beplekt waren.

40 En Jacob zonderde de schapenj af en stelde het gezicht van het vee op de lammeren met duidelijke vlekken; en al het bruine onder het vee was van Laban, en hij stelde zich kudden afzonderlijk, en zette ze niet bij het vee van Laban.

41. Het geschiedde nu, bij al het paren van het vroege vee, dat Jacob de stokken leide voor de oogen van het vee in de goten, opdat ze zouden paren bij de stokken.

42. Maar bij het paren van het late vee, stelde hij ze niet; alzoo waren de laten van Laban, maar de vroegen van Jacob.

43. Daardoor nam de man boven mate toe, en zijn vee was talrijk, ook zijne dienstmaagden, en knechten, en kameelen en ezelen.

1. En Rachel zag. Hier begint Mozes te verhalen, dat Jacob door huiselijke twisten werd verontrust. Schoon de Heere hem strafte, dat hij twee vrouwen en vooral dat hij twee zusters had gehuwd en daardoor niet weinig gezondigd had, toch was het eene vaderlijke kastijding. Ook ondersteunde God hem eenigermate, gelijk Hij gewoon is de zijnen genadig vergiffenis te schenken. Daarvandaan kwam het, dat hij niet terstond tot inkeer kwam, maar nieuwe misdrijven aan de vorige toevoegde. Allereerst nu moet van Rachel gezegd worden, dat, wijl zij zich verheugt in de verachting en smart harer zuster, de Heere deze verkeerde vreugde onderdrukt door Zijne zegening te laten vallen aan de zijde van Lea, opdat beider staat gelijk zou zijn. Zij verneemt de duidelijkste belijdenis harer zuster, en wordt door de namen van vier zonen er opmerkzaam op gemaakt, dat God zich over haar ontfermd heeft, om haar door Zijne genade op te richten, daar zij onwaardig door de menschen was veracht. Toch wordt zij door afgunst verteerd, en kan zij het niet dragen

Sluiten